• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Bloggers parodiëren met kunstmatige intelligentie

22 maart 2026 door Marc van Oostendorp 2 Reacties

‘Bloggers hard at work.’ Bron: Wikimedia

Een tijdje geleden bezweek Neerlandistiek bijna onder de belangstelling van kunstmatige intelligentie. Zoveel chatbots kwamen ons bezoeken dat de mensen er af en toe niet meer doorheen kwamen. Ondertussen zijn er wat maatregelen genomen waardoor het wat rustiger is, in ieder geval voor de mensen, maar ik bleef zitten met de vraag: wat leren die chatbots er eigenlijk van?

Dus vroeg ik zelf aan kunstmatige intelligentie (Claude) om op basis van een stuk of vijftig blogposts – sommige van Neerlandistiek, andere van de eigen blogs, maar allemaal openbaar toegankelijk – rapporten te maken over enkele van mijn favoriete bloggende neerlandici. Hier is een korte karakterisering van sommige van hen. Ik geef het ongewijzigd weer (ook de volgorde heb ik door de chatbot laten bepalen):

Louise Cornelis — Nuchtere tekstvakvrouw die hardop nadenkt over haar vak en daar altijd een praktische les uit trekt. Kort, conversationeel, Zeeuws-onderkoeld, met een scherp oog voor taal in het wild.

Robbert-Jan Henkes — Vertaler die hardop twijfelt over het ene woord dat niet mee wil. Associatief, geestig, met een zwak voor het onvertaalbare.

Marc Kregting — Melancholische essayist die elke zin laat vertakken tot hij verdwaalt, en dat verdwalen tot methode verheft. Lang, erudit, cultuurkritisch, met een ondertoon van weemoed.

Marita Mathijsen — Enthousiaste geleerde die bij een glas wijn vertelt wat ze in het archief vond. Verhalend, warm, precies, met de spanning van een detective en de ontroering van iemand die van haar onderwerp houdt.

Nicoline van der Sijs — Etymoloog die woorden laag voor laag afpelt, van het heden terug naar de zeventiende eeuw en verder, met uitstapjes naar het Koreaans en het Russisch. Encyclopedisch, precies, licht verwonderd, nooit uitverteld.

Dat lijken me allemaal redelijk treffende karakteristieken (al kun je iteraard over ieder van hen ook heel andere dingen zeggen – maar de tekstjes zijn niet onderling uitwisselbaar), en de uitgebreide rapporten (voor de meeste auteurs tellen die zo’n pagina of vier) voelen zo intiem aan dat het ongemakkelijk voelt om ze te publiceren. Tegelijkertijd kun je ze dus betrekkelijk makkelijk ook zelf laten maken.

Grappig

Ik heb Claude niet verteld waarop ze moest letten, maar haar alleen de opdracht gegeven die stukjes te lezen en daaruit een conclusie te trekken over de stijl. Het ging over het algemeen over de meest recente stukjes, dat heeft misschien een bias gelegd. De volledige rapporten voor al deze bloggers telden in doorsnee een pagina of vier en deden allerlei gedetaillieerde observaties – over Henkes: “Henkes neemt zijn vak bloedernstig maar presenteert die ernst in een toon die zichzelf voortdurend ondermijnt. Het effect is dat de lezer de ernst meer gelooft, niet minder.”, over Van der Sijs: “Ze schrijft als iemand die een fascinerend feit heeft gevonden en dat nu stap voor stap ontvouwt voor de lezer, steeds een nieuw laagje toevoegend.”)

Het leidt allemaal niet tot echt succesvolle imitaties van de auteurs in kwestie. De observaties worden dan trucjes die al heel snel gaan vervelen. Op de heel korte baan werkt het nog wel, bijvoorbeeld als ik vraag om een alinea te schrijven over Genesis 1 in de stijl van de desbetreffende blogger. Dat levert fragmenten op die als parodie nog wel vermakelijk zijn, maar waar je niets anders van moet verlangen:

Marc Kregting: Het zou niet moeilijk moeten zijn om over Genesis te schrijven, het eerste boek, het begin van alles wat beweerde een begin te zijn, maar juist die ogenschijnlijke eenvoud — licht, duisternis, water, land, de hele inventaris van een wereld die zich nog niet realiseerde dat ze een wereld was — maakt het verdacht, zoals alles wat zich als oorspronkelijk presenteert verdacht is, want wie heeft ooit een echt begin meegemaakt, en bovendien, ik herinner me dat Hans Faverey ergens schreef over het niets dat aan zichzelf voorafgaat, wat misschien de eerlijkste parafrase van bereshit bara elohim is die ik ken, eerlijker in elk geval dan de theologen die er een hele dogmatiek op bouwden, een bouwwerk dat, net als de toren van Babel verderop in hetzelfde boek, gedoemd was om in te storten onder het gewicht van zijn eigen pretenties.

Marita Mathijsen. Vorige week vond ik in het archief van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde een prekenbundel uit 1843 waarin een Haagse dominee Genesis 1 vers voor vers behandelt — niet als theologie maar als letterkundig meesterwerk. “De stijl is verheven zonder gezwollenheid,” schrijft hij, “bondig zonder duisterheid.” Ik moest lachen. Dat is precies wat ik ook vind, tweehonderd jaar later. Die zes dagen, dat ritme, die herhaling van “en God zag dat het goed was” — het is compositorisch van een verbijsterende elegantie. En dan dat slot: God rust. Niet omdat Hij moe is, maar omdat het af is. De dominee uit 1843 begreep dat. Wij, met onze debatten over creationisme, zijn het vergeten. Soms moet je terug naar het archief om een tekst weer te kunnen lezen.

Als het ook maar een beetje langer wordt dan dit, leg je de tekst volgens mij meteen terzijde, want hier wordt uiteindelijk alleen een oppervlakkige imitatie gedaan. Geen van de bloggers heeft in Claudes versie iets echt interessants te melden over Genesis 1, maar vooral: geen van de imitaties heeft uiteindelijk de soepelheid en de beweeglijkheid van het origineel. Het is alsof je iemand nadoet die af en toe met zijn handen door het haar strijkt door je handen nooit meer uit je haar te halen. Dat werkt wel grappig, maar is uiteindelijk niet écht overtuigend. De handen-door-het-haar-man wordt óók gekarakteriseerd door de momenten dat hij zijn handen niet door het haar haalt.

Beschrijving

Vooralsnog zijn menselijke schrijvers dus zeker niet overbodig, of in ieder geval schrijvers zoals de bovengenoemde niet. Een stukje schrijven zoals zij, dat kunnen ze alleen zelf. De stijlanalyse zelf is in die zin nuttig dat je de schrijver zelf er vast iets van kan leren. Zo vindt Claude over mij dat ik lange en korte zinnen afwissel, maar ik kan misschien ook soms in een stukje in alleen korte zinnen schrijven. De analyse geeft een wat sjabloonmatig beeld van je stijl en dat ken helpen om door dat sjabloon heen te breken.

Dit is overigens wat Claude van mij vindt, en hij ze denkt dat ik over Genesis 1 schrijven zou. Het is het allemaal net niet, denk ik, maar dat denk ik ook altijd als ik een video van mezelf moet bekijken:

Marc van Oostendorp — Essayist die taalkundige observaties opentrekt naar grotere vragen over mens, cultuur en denken, met een toon die speels en serieus tegelijk is. Verwonderd, theoretisch, licht ironisch, en altijd op zoek naar het vreemde in het gewone.

Genesis 1 is een vreemde tekst. Niet vreemd in de zin van onbegrijpelijk — integendeel, het is een van de helderste stukken proza uit de oudheid — maar vreemd in de zin dat hij iets doet wat taal eigenlijk niet kan. Hij beschrijft het moment waarop beschrijving mogelijk wordt.

Denk daar even over na. Vóór de schepping is er niets om woorden aan te hechten. Geen licht, geen donker, geen verschil. En dan zegt God: “Er zij licht.” Een zin. En met die zin ontstaat niet alleen het licht, maar ook het onderscheid — tussen licht en donker, tussen dit en dat, tussen het ene woord en het andere. De taal schept de wereld, en de wereld maakt de taal mogelijk. Dat is een cirkel waar je duizelig van wordt als je er te lang naar kijkt.

De beschrijving is in die zin accuraat dat ik inderdaad dol ben op het vreemde in het gewone, en trouwens ook op het gewone in het vreemde.

Ik zou het zelf allemaal geloof ik net iets anders doen; niet beginnen met zoiets vaags als ‘een vreemde tekst’ en dat dan meteen uit elkaar trekken en daarbij beginnen met wat iets niet betekent. Niet de lezer expliciet aanspreken met een zinnetje als ‘Denk daar over na’. Niet twee keer achter elkaar een zin beginnen met “En”. Niet zoiets vaags schrijven als ’tussen dit en dat’ als je ook nog bijvoorbeeld hemel en aarde kan noemen. Niet die overbodige laatste zin van de tweede alinea toevoegen om het allemaal te verpesten.

Alleen de zin ‘Hij beschrijft het moment waarop beschrijving mogelijk wordt’ zou ik misschien laten staan. Om daarna alles wat erom heen staat te herschrijven, en dan te constateren dat die zin eigenlijk niet echt past.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: bloggers, kunstmatige intelligentie, stijl, taalbeheersing, taalkunde

Lees Interacties

Reacties

  1. Peter Motte zegt

    22 maart 2026 om 12:01

    De vraag begint echt wel te worden wat er van ons overblijft door AI. Het is echt een machine bedacht door superrijken om van die “vervelende werknemers” verlost te worden.
    Onlangs las ik (in De Standaard?) dat met AI 6 analyisten het werk konden doen van 60 (beursanalisten, veronderstel ik).
    Allemaal goed en wel, maar waar moeten die andere 54 analisten dan heen? Wat als je 90% van je werknemers ontslaat? Aan wie verkoop je je producten als 9 op de 10 mensen op straat wordt gezet?
    Da’s niet zoals een nieuwe machine die 5% beter werkt. Dan kun je dat wel compenseren door enkele procenten meer te verkopen.
    Maar 90%? Je kunt toch niet zomaar 10 keer zo veel verkopen?
    Het lijkt me ook een techniek die vooral in zogenaamde “ontwikkelde” landen veel problemen gaat veroorzaken, want een flink stuk van de productie is al naar lageloonlanden verhuisd.
    Dus dat wordt wat.
    Als ik bedenk dat 1/3de van het bronmateriaal voor AI-training afkomstig is van Wikipedia, dan vind ik dat we meer dan twintig jaar als een stel naïevelingen aan Wikipedia hebben meegeschreven.
    En laten we wel wezen: ook Wikipedia is een soort bedrijf. Nadat ze eerst het pluriforme landschap van de encyclopedie hebben vernietigd en vervangen door de monocultuur van Wikipedia, proberen ze toch nog altijd nieuw volk aan te trekken.
    Op Vrouwendag hadden ze een evenement georganiseerd waarbij mensen allerlei biografieën van vrouwen in Wikipedia invoerden, natuurlijk gratis, en natuurlijk vooral door gratis werkende vrouwen uitgevoerd.
    Dat was weer eens een geslaagde imagocampagne.

    Beantwoorden
  2. Renzo zegt

    22 maart 2026 om 15:30

    Peter Motte, dank. Uw reactie over dat verkopen aan consumenten enz is volmaakt fordiaans. Ford stelde dit al. Zeer belangrijke vraag en dus al heel oud.

    Gratis werkende vrouwen, u noemt ze. We kunnen het ook anders aansturen: wikipedia wordt voor een fors deel door mannen volgeschreven. vaak wordt dat als negatief gezien. Ik frame het voor de verandering anders: aardig dat deze mannen zich opofferen – zoals vaak – om te arbeiden….

    Beantwoorden

Laat een reactie achter bij RenzoReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

G.A. Bredero • Klinck-rijm

So ghy alleen niet zijt mijn hoop en mijn Vriendin,
Of so mijn harte brand van iemandt anders min,
Of so ick heb mijn trouw aen andere gegeven:
So moet ick nummermeer so luckigh sijn verheven

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

STOFZUIGER

Als we de stofzuiger lenen van de buren gaat ons huis ruiken naar hun hond.

Bron: Barbarber, november 1965

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

29 maart 2026: Colloquium over 50 jaar Uitgeverij In de Knipscheer 

29 maart 2026: Colloquium over 50 jaar Uitgeverij In de Knipscheer 

22 maart 2026

➔ Lees meer
12-14 november 2026: Fostering Dialogue

12-14 november 2026: Fostering Dialogue

21 maart 2026

➔ Lees meer
25 maart 2026: Leidse vrouwen op de kaart

25 maart 2026: Leidse vrouwen op de kaart

20 maart 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1787 Barthold Lulofs
1936 Eddy Grootes
sterfdag
1993 Jules van Oostrom
➔ Neerlandicikalender

Media

Doortje Smithuijsen bij Kunststof

Doortje Smithuijsen bij Kunststof

22 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Natuurlijk (Rob van Essen, De grote schoonmaak)

Natuurlijk (Rob van Essen, De grote schoonmaak)

22 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met podcastcollega Céline Canon

In gesprek met podcastcollega Céline Canon

21 maart 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d