• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Zo jong een meester

28 maart 2026 door Fleur Speet 1 Reactie

Over uithoudingsvermogen en doorzetten in de vroegmoderne tijd

Waarover ik me verwonder is dat mensen in de zeventiende en ogenschijnlijk ook de achttiende eeuw zo jong al meester in iets waren. Disclaimer: ik doe even een greep uit mijn hoofd, zonder te vertrouwen op digitale media en zonder uren naar de feiten te zoeken die ergens op mijn computer zijn opgeslagen, een zoektocht die me immers langs allerlei ándere feiten leidt, waardoor dit tussendoorse stukje over een dag nog niet af is en misschien zelfs nooit meer af komt. Als u dit artikel leest, is het dus goed gegaan: ik ben niet verdwaald.

Sofonisba Anguissola

Ik herinner me iets over Hugo de Groot, die op zijn tiende al Latijnse gedichten schreef (misschien was dat toen een makkelijk kunstje?). De mare gaat dat Hugo bij de familie Hooft kwam eten – vader was burgemeester van Amsterdam, Pieter nog een broekie – en Hugo direct grote indruk maakte met een juridisch exposé. Hij was elf toen hij naar de ‘universiteit’ ging. Rembrandt kon toen hij jong was al in detail lichamen tekenen, vakwerk is het, dat hij door bij een meester in dienst te gaan als tiener al beheerste. En ik kwam een Spaanse vrouw tegen, Juana Inés de la Cruz, die als peuter leerde lezen, op achtjarige leeftijd poëzie schreef en op haar zeventiende door geleerden werd getest op haar kennis: die had ze. Of neem Émilie du Châtelet, dat grote wiskundige en filosofische ‘wonder’ uit de achttiende eeuw in Frankrijk.

Elfjarigen

De Republiek moet dan wel ontelbaar veel geleerde vrouwen hebben voortgebracht, meesters in de taal, aangezien ons land toen het meest geletterde van Europa was. We hadden algemeen onderwijs voor jongens en meiden tot zo’n 7 jaar. Hoeveel kennen we er? Anna Maria van Schurman is ons grote ‘wonder’ of dus: de toekomstig geleerde. En nu kom ik nog veel meer vrouwen tegen die op verschrikkelijk jonge leeftijd al konden schilderen, tekenen, dichten: Petronella de Timmerman, naast nog meer Anna’s en Catharina’s. Wat bij hen juist opvalt is hun multitalent. Alleen, de intellectuele stimulans hield bij meiden doorgaans op in hun puberteit, waardoor we het bij meiden een wonder noemen en het bij jongens onderdeel was van hun leerweg. En dus ‘gewoner’.

Nee, dan nu: jonge meesters. Natuurlijk hadden ze toen geen telefoon om uren in te verdwalen (Zilveren Kruis houdt inmiddels een campagne om meer mens te worden en te ‘socialminderen’). Maar in mijn jeugd, toen een computer nog een grote kast was en een televisie klein en bol, waren er volgens mij ook geen elfjarigen op de universiteit.

Kinderen werden in de zeventiende en achttiende eeuw nog niet gezien als kinderen, maar als kleine volwassenen. Waardoor ze al snel de verantwoordelijkheden kregen die volwassenen hadden. Hup, helpen met de lakens wassen, trek ze door de pers (in een ‘rijk’ gezin althans, in het voorhuis, zodat iedereen het goed zag). ‘Kijk,’ zegt moeder tegen dochter, ‘zo maal je die steentjes tot verfstof, je doet er lijnzaadolie bij. Nee, je houdt je kwast verkeerd vast.’ Misschien werden kinderen voortdurend gecorrigeerd, voortdurend met hun neus op hun kunnen en niet-kunnen gedrukt.

Trots

Maar toch: ik denk dat het vooral het aantal uren toewijding is. Talent is misschien niets anders dan (moeten) volhouden. Uren bezig zijn tot je het onder de knie hebt. Uren oefenen op het tekenen van een vinger. Uren lezen bij kaarslicht tot je ogen ervan prikken. Voortdurend – de hele dag door – (streepjes-alert: nee, dit komt niet van een chatbot) gestimuleerd worden, input krijgen, aangemoedigd worden. Ik denk even aan hoe de vader van Constantijn Huygens hem leerde rekenen: door de knopen op zijn wambuis te tellen. Door leren in het dagelijks leven te integreren.

En ik zou me willen ingraven. Wat heb ik altijd graag vingers, handen willen kunnen tekenen. Maar ik had de Ausdauer niet. Ik vond het te moeilijk en ik gaf op, en er was niet iemand die mij er dagelijks op wees dat het erbij hoorde in het leven; handen kunnen tekenen. Wat wil ik nu álles weten van de eerste vijftig jaar van de zeventiende eeuw (omdat daar mijn obsessie ligt: het leven van Tesselschade Roemers, een mens van vlees en bloed, iemand die ik wil kunnen doorvoelen, in de huid wil zitten). Ik graas titels bij elkaar, ik wil lezen. O wat wil ik graag lezen. Maar tijd. Uren van ongestoorde toewijding.

Artemisia Gentileschi

Ik dacht altijd dat het leven in de zeventiende en achttiende eeuw zo druk was. Dat je nooit alleen was en altijd sociaal moest zijn: overal mensen, getetter om je heen, vermaak, lol en werken met je platte harses. Jan Steen heeft ons beeld gevormd. Lees Hilary Mantel’s trilogie over Thomas Cromwell en je denkt: die gast raakt bedolven onder de mensen (en dan blijkt hij zich verdomd soepeltjes en gehaaid tot hen te verhouden en zet hen naar zijn hand). Maar tot mijn verbijstering lees ik in een sociaal-economische studie over het Noorderkwartier (het gebied waar Alkmaar in ligt, de stad waar Tesselschade Roemers woonde), dat gezinnen aan het begin van de zeventiende eeuw heel klein waren en huizen bewoond werden door man, vrouw en kinderen. Ouders woonden niet in bij hun kinderen, zoals je zou verwachten, en bedienden hadden gewoon hun eigen huis of onderkomen. Er waren dus heel kleine huishoudens. Hoezo sociaal druk?

Dus hadden mensen toen misschien ook wel tijd voor zichzelf, tijd voor het leren van skills. En konden ze daardoor jong excelleren. Wie het weet, mag het zeggen. Wat mij rest is bewondering. Bewondering voor het uithoudingsvermogen van de mensen die ons voorgingen. Al denk ik relativerend: het zijn de uitzonderingen waar de bronnen over vertellen. Het zijn degenen die afwijken die opzien baren, of trots of verwondering en waarover geschreven wordt en wier namen worden herhaald. Want zo wordt geschiedenis geschreven: vanuit trots en verwondering. Trots ben ik dus, en verwonderd, over al die vrouwen die in de vroegmoderne tijd als jonge meid al meester waren: #trotsoponzevoorgangers

Dit stuk verscheen eerder op de substack van Fleur Speet

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 17e eeuw, 18e eeuw, letterkunde

Lees Interacties

Reacties

  1. Gerard van der Leeuw zegt

    28 maart 2026 om 12:56

    Pappa Huygens leerde zijn zoontje via de knopen van zijn jas de muziek Twaalf komen: een octaaf. Heel modern.

    Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Paul Snoek • Gedicht voor het mensdom

Vrienden, mag ik het vertellen? Luistert,
wij zullen niet meer sneuvelen als helden.
Wij zullen doodgaan bij gebrek aan vrijheid.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

Ik adem. Ik besta. [lees meer]

Bron: Leonard Nolens

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

20 april 2026: Limburglezing Trots op je taal

20 april 2026: Limburglezing Trots op je taal

17 april 2026

➔ Lees meer
2 mei 2026: Presentatie Herinneringscahier 1940-1945

2 mei 2026: Presentatie Herinneringscahier 1940-1945

15 april 2026

➔ Lees meer
23 en 24 april 2026: De neerlandistiekdagen

23 en 24 april 2026: De neerlandistiekdagen

14 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1868 Gerrit Boekenoogen
➔ Neerlandicikalender

Media

Wannie Carstens bij Taaldinge

Wannie Carstens bij Taaldinge

16 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Bonusauteurs Anna van der Horst, Maria van Zuylekom en Petronella Woesthoven

Bonusauteurs Anna van der Horst, Maria van Zuylekom en Petronella Woesthoven

15 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Ted van Lieshout | Het Grote Gebeuren 2026

Ted van Lieshout | Het Grote Gebeuren 2026

12 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d