Met behulp van de Ausnahmslosigkeit der Lautgesetze (gezondheid!)
Terwijl in het Parijs van de late negentiende eeuw de vroeggestorven dichters elkaar onder vuur namen, gebeurde er in Leipzig, in het kille oosten van het Duitse Keizerrijk, iets wat minstens zo interessant is.
Daar verzamelde zich een aantal taalkundigen die zichzelf de Junggrammatiker noemden. Of in het Engels: de Neogrammarians. Of in het Nederlands: de Neogrammatici. Laten we het op het Duits houden.

Volgens de Junggrammatiker was historische taalkunde geen geestes-, maar een natuurwetenschap. Waar hun voorgangers van ‘klankveranderingen’ spraken, hadden zij het liever over klankwetten.
Dat zit als volgt.
Als je ziet dat in één woord een f in een v is veranderd (Oudnederlands fader → Nederlands vader), dan kun je aannemen dat deze verandering in dezelfde omgeving (aan het begin van een lettergreep) in dezelfde taal (het Nederlands) in elk denkbaar woord heeft plaatsgevonden. Zoals de zwaartekracht overal op aarde en voor alle objecten geldt.
De Junggrammatiker noemden dit principe de Ausnahmslosigkeit der Lautgesetze, de uitzonderingsloosheid van klankwetten.
En inderdaad: het Oudnederlandse fora werd het Nederlandse voor, het Oudnederlandse fingar werd het Nederlandse vinger, het Oudnederlandse frī werd het Nederlandse vrij, enzovoorts. Vergelijk ook de Engelse tegenhangers father, for, finger, free, waar de f- bewaard is gebleven.
Maar klankwetten zijn slechts beperkte tijd operationeel. Neem ons recente leenwoord fatbike. Dat zouden wij nooit meer in vatbike veranderen. Met andere woorden: de klankwet (f → v) was al uitgewerkt toen dit woord het Nederlands binnenkwam.
En dat brengt ons bij de titel van dit stukje. Want fatbike is overduidelijk een leenwoord, maar je kunt middels dezelfde techniek ook een veel minder doorzichtig woord als feest ontmaskeren. Dat is ergens in de middeleeuwen ontleend aan het Oudfranse feste – ook toen was de klankwet (f → v) dus al uitgewerkt.
Dat betekent trouwens niet dat elk woord met een v- automatisch een ‘erfwoord’ is. Het werkwoord vieren heeft het Nederlands in zo’n vroeg stadium ontleend aan het Latijnse fērior (‘vrij hebben, feestvieren’) dat het nog mee kon doen aan de klankwet f → v.
Ter afsluiting: dit fērior is uiteraard de werkwoordsvariant van het Latijnse fēstus (‘feestelijk’), de voorloper van het Oudfranse feste, en dus ook van ons woord feest – mét een f, omdat feste als gezegd ontleend is toen de klankwet (f → v) al niet meer actief was.
Dit stuk verscheen eerder op Gevleugelde woorden
Laat een reactie achter