• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Lul-de-behanger

23 april 2026 door Ewoud Sanders 1 Reactie

Bron: Wikimedia

Veel mensen gedragen zich als een lul-de-behanger. Sommigen van hen zijn momenteel zelfs dagelijks in het nieuws. Ze bedienen zich van opmerkelijk grove taal en vanuit hun epische kortzichtigheid richten zij wereldwijd chaos aan.

Het is tamelijk gangbaar om een onaangenaam persoon een lul te noemen, vooral als het een man betreft. Maar waar komt die behanger in vredesnaam vandaan? En sinds wanneer bevindt deze beroepsgroep zich in deze positie?

Laten we met het L-woord beginnen. Een doedelzak werd halverwege de zestiende eeuw een lullepijp genoemd. Zieken en zuigelingen kregen gedurende de zeventiende eeuw te drinken uit een lul, een kan met aan de bovenkant een zuigpijpje. Taalkundigen zijn het er niet over eens welke rol die twee begrippen precies hebben gespeeld bij het L-woord in de betekenis ‘penis’, maar hoogstwaarschijnlijk heeft het pijpje of slangetje daarbij een rol gespeeld.

Hoe dan ook wordt het L-woord al sinds het eind van de zeventiende eeuw als scheldwoord gebruikt. Zo zet een boek uit 1678 iemand weg als “een out lulletje”. Lees: als een oude sukkel. In 1695 is het L-woord opgetekend in de betekenis ‘mannelijk lid’. En in een publicatie uit 1712 lezen we over “een dronken lul” – evenmin complimenteus bedoeld.

De geschiedenis van het behang laat zich kort samenvatten: vanaf de middeleeuwen hingen kasteelheren tapijten aan de muren tegen kou en vocht. In de zeventiende eeuw stapten rijke huizenbezitters over op behang van leer of papier. Geleidelijk aan kreeg de decoratieve functie de overhand, zeker toen behang van papier steeds goedkoper werd. In een krant uit 1731 biedt iemand een herenlogement aan voorzien van “verscheyde commodieuse kamers, met schone tapyten en behangzels behangen”.

Lullenbehanger

Het duurde vervolgens nog ruim tweehonderdvijftig jaar voordat het L-woord en de behanger elkaar vonden. In 1968 schreef Haring Arie, in een boek getiteld Een leven aan de Amsterdamse zelfkant: “Als het te warm was voor haring, verkocht ik zure bommen. Die bommen waren wel eens keihard. Ik heb eens zo’n lullenbehanger meegemaakt die er z’n baksnaaiem [‘bek, gebit’] op brak.”

Haring Arie is de schrijversnaam van Arie Elpert (1923-1995), een Amsterdamse souteneur en crimineel die in de jaren zestig en zeventig enkele verhalenbundels publiceerde over het ruige stadsleven. Of Elpert het woord lullenbehanger zelf heeft verzonnen is niet bekend, maar bij mijn weten stelde hij het voor het eerst op schrift. Hij gebruikte het meermaals. Zo schrijft hij in een bundel uit 1969: “Die lullebehanger had nog praatjes op de koop toe.”

Lulbehanger

Na Haring Arie vinden we dit woord in het werk van Jan Cremer. Dat wil zeggen, in enigszins aangepaste vorm. In 1972 heeft Cremer het in De lollie van Mollie over een “luldebehanger van een ambtenaar”.

Daarna ging het los. We vinden het L&B-woord in het werk van Kees van Kooten en Wim de Bie, bij Wim T. Schippers (“lullebehanger op wielen”) en vanaf 1975 geregeld in kranten en tijdschriften. De opmerkelijkste vindplaats is de Grote Nederlandse Larousse encyclopedie. In 1976 vermeldt dit naslagwerk het trefwoord lulbehanger, met als betekenis ‘klooi, klungel, kluns’.

Hoe de behanger in deze netelige positie terecht is gekomen, zullen we helaas nooit weten. Hoogstwaarschijnlijk functioneert zijn beroepsnaam simpelweg als een versterking. Tamelijk willekeurig gekozen, net als bij lulletje lampenkatoen en lulletje rozenwater.

Dit stukje verscheen ook in Argus.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel, Uitgelicht Tags: taalbeschouwing, taalgeschiedenis, woordbetekenis

Lees Interacties

Reacties

  1. Frans de Graaf zegt

    23 april 2026 om 08:44

    In Groesbeek en omgeving wordt ook ‘lulpiep’ gebruikt als spottende benaming voor telefoon. Ik vermoed dat “lul’ in deze samenstelling niet rechtstreeks is afgeleid van het zelfstandig naamwoord, maar van het daarvan afgeleide werkwoord ‘lullen’: kletsen.

    Beantwoorden

Laat een reactie achter bij Frans de GraafReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Robert Hass • Roken in de hemel

Ik heb een vriend, nu dood,
Een katholiek die het vooruitzicht van het paradijs onberoerd liet
Tot hij een groep middeleeuwse theologen ontdekte
Die hadden voorgesteld dat er een speciaal soort tijd
In de eeuwigheid gold.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

Ik zat aan het ontbijt een beschuitje te soppen.
Toen zag ik opeens een klein autootje stoppen. [lees meer]

Bron: Annie M.G. Schmidt

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

16 mei 2026: Hommage In de Knipscheer

16 mei 2026: Hommage In de Knipscheer

22 april 2026

➔ Lees meer
15-16 October 2026: LiME Conference on Language Variation (LiCLA 2)

15-16 October 2026: LiME Conference on Language Variation (LiCLA 2)

21 april 2026

➔ Lees meer
13 mei 2026: 50 jaar Het mes in het beeld

13 mei 2026: 50 jaar Het mes in het beeld

21 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

Geen neerlandici geboren of gestorven

➔ Neerlandicikalender

Media

In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
The perks of literature – with Jeroen Dera

The perks of literature – with Jeroen Dera

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met auteur Joke van Vliet

In gesprek met auteur Joke van Vliet

20 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d