• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Lidwoord

27 oktober 2015 door Redactie Neder-L 2 Reacties

Door Nico van Lieshout

In hoofdstuk vier van de roman Weerwater lezen we over de verhuisactiviteiten van Rudi en Bianca Ruwiel uit IJmuiden. Het is zondagochtend en beestenweer. Een onverwachte augustusstorm heeft het land ontwricht. Even spelen ze met de gedachte de laatste rit uit te stellen en te wachten tot de elementen wat kalmeren, maar het bed is al in het geleende busje geladen. Het enthousiasme van Bianca, die op het punt van bevallen staat, geeft de doorslag. Ze zegt: ‘Thuis is waar je bed staat. Kom op, Ruud, we gaan naar Almere.’. Even later turen ze langs de heen-en-weer zwiepende ruitenwissers naar het verkeer in de storm, onderweg naar hun nieuwe woning in de Hitchcocklaan in de Filmwijk.

Daar stop ik met lezen. Mijn oog blijft haken aan het laatste lidwoord dat mij overbodig voorkomt. Wie in het dorp waar ik woon gaat shoppen of stappen, verklaart we gaan naar de stad. Dan komt er altijd nog een vervolgvraag om te weten te komen of dat Haarlem is of Amsterdam. Wie in Almere in het nieuwe centrum wezen moet, kondigt eenvoudig aan: ik ga naar stad. 
In Den Haag woont men in de Schilderswijk, Amsterdam spreekt van de Indische buurt en in Arnhem kent iedereen het Spijkerkwartier. Maar in Almere heeft niemand het over de Stedenwijk, de Parkwijk en ook niet over de Filmwijk. De paar maanden dat schrijfster Renate Dorrestein in Almere vertoefde, waren niet genoeg om haar ook op taalgebied Almeerder met de Almeerders te laten worden. 

Even overwoog ik de mogelijkheid dat de gastschrijfster het bij het rechte eind had, dat het bepaald lidwoord volgens de regels van de grammatica voor Filmwijk hoort, dat de inwoners van Almere, van wie er immers zo veel niet van hier zijn en een andere moedertaal hebben, als ze het hebben over stad, Parkwijk, Poort, Filmwijk en Waterwijk het gewoon niet zo goed weten en dat de redacteur die het manuscript van Renate Dorrestein heeft nagekeken zijn werk goed heeft gedaan.


Ik sloeg er de Algemene Nederlandse Spraakkunst op na, om er achter te komen dat de problemen met de, het en een groter zijn dan verwacht. Al gelijk in het begin staat er de Cruijffiaanse uitspraak dat het lidwoord de wordt gebruikt bij de-woorden en het bij het-woorden. Ik leerde dat het lidwoord altijd voor een zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, maar dat er tussen het lidwoord en het zelfstandig naamwoord best een hele rij bijvoeglijke naamwoorden kunnen staan en dat het lidwoord ontbreekt als het zelfstandig naamwoord een onbepaalde hoeveelheid van een bepaalde stof aanduidt; hout, olie, plastic. 

Zodra er voorzetsels in het geding zijn is het hek helemaal van de dam. Men is aan zet en aan boord, maar aan het werk en aan het woord. We gaan naar school en naar huis, ook buiten Almere, maar naar de kerk en naar de supermarkt, al hoor je tegen de grote pauze ook wel leerlingen aan elkaar vragen: Ga je Appie…?!.

In hoofdstuk achttien van het derde deel heeft het lot Jacob Krikke aangewezen om een doorgang te forceren in de mistbank die Almere sinds hoofdstuk zes van het eerste deel hermetisch van de buitenwereld had afgesloten. Het was zelfs zeer de vraag of er achter de mistbank nog wel een buitenwereld was. De gedwongen missie van Krikke is hopeloos. Tallozen hadden zich de eerste dagen na de ramp in de omineuze witte wal gestort. Van hen is nooit meer vernomen. Zodra Renate Dorrestein  hoort wat ze met haar vriend Krikke van plan zijn, zoekt ze Rudi op, die beschikt over een paard en wagen. Er staat: ‘Ze gaan vast met hem naar Haven,’ hijgde ik. ‘Dat is de kortste weg naar de mistbank.’

Haven staat er, zonder lidwoord. Al had de echte Almeerder natuurlijk gezegd: dat is de kortste weg naar mistbank. 

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: Gastcolumns, lidwoorden, syntaxis, taalkunde

Lees Interacties

Reacties

  1. felix van de laar zegt

    28 oktober 2015 om 07:05

    Ben het niet eens. Maar ben geen doorgeharde Almerenaar. "Ik ga naar de stad" = "ik ga naar het winkelcentrum in het centrum van Almere" – het is dus ook equivalent met "ik ga boodschappen doen" (voor alles wat je niet bij de talloze supermarkten kunt of wilt halen die je onderweg passeert).
    "Stad" is een stadsdeel van Almere zoals, inderdaad, "Haven" en "Buiten" en "Poort" en "Hout". Almere Stad is zelfs het grootste deel, denk ik, in oppervlakte en aantal inwoners. Het bevat veel onderdelen, zoals Filmwijk en Danswijk en Stedenwijk en Literatuurwijk en Muziekwijk – allemaal stukken waar ik niet heen ga als ik zeg dat ik "naar de stad ga".

    Beantwoorden
  2. Drabkikker zegt

    28 oktober 2015 om 18:44

    Ga je met Bus? Nee, ik neem Trein.

    Beantwoorden

Laat een reactie achter bij felix van de laarReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Marcel Coole • De eenzame olifant

Men stiet hem uit de kudde. En het Edward-meer,
het heerlijke, werd plots de droefste plek op aarde.
Hij trok de helling van Kabasha over, waarde
nog even rond, maar keek niet om, want het deed zeer.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

Zingen de bossen al lang?
Ja, al vijftien miljoen jaar.

Bron: Victor Schiferli

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

16 mei 2026: Hommage In de Knipscheer

16 mei 2026: Hommage In de Knipscheer

22 april 2026

➔ Lees meer
15-16 October 2026: LiME Conference on Language Variation (LiCLA 2)

15-16 October 2026: LiME Conference on Language Variation (LiCLA 2)

21 april 2026

➔ Lees meer
13 mei 2026: 50 jaar Het mes in het beeld

13 mei 2026: 50 jaar Het mes in het beeld

21 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

Geen neerlandici geboren of gestorven

➔ Neerlandicikalender

Media

In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
The perks of literature – with Jeroen Dera

The perks of literature – with Jeroen Dera

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met auteur Joke van Vliet

In gesprek met auteur Joke van Vliet

20 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d