• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

O Brandend Pypje, heete gloed!

26 maart 2016 door Marc van Oostendorp 3 Reacties

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (65)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Dat dichters vanaf het midden van de zestiende eeuw hun gedichten met een regelmatige afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen gingen schrijven, heeft voor de taalwetenschap één voordeel: vanaf dat moment weten we vrij zeker en vrij nauwkeurig waar de klemtoon viel op gewone Nederlandse woorden. Wanneer een woord meestal op een even positie begon in een jambische versregel, weet je zeker dat het met een beklemtoonde lettergreep begon.

Voor eerdere perioden is het veel moeilijker te achterhalen. Klemtoon werd nu eenmaal niet opgeschreven en ook schreven mensen niet uitgebreid over waar ze nu precies klemtoon legden.

Nóg makkelijker wordt het natuurlijk wanneer gedichten op muziek werden gezet. Dan krijgen we een extra aanwijzing. Neem het sonnetje ‘Op het Tabakrooken’ van de achttiende-eeuwse wever en ‘broodpoeet’ Jan van Gijsen (1688-1722):

Klinkdicht.

O Brandend Pypje, heete gloed!
Een tydverdryf, voor elk ten besten,
’t Geen alle zorg verdwynen doet
En ’t Hoofd ontheft van muizenesten.


Tabak die my na boven leid!
Als ik u, door den wind gedreeven,
Zie in de dunne Lucht verspreid,
Dan zie ik ’t voorbeeld van myn leven,

Dan is ’t dat gy my denken doet,
Aan ’t geen ik eerlang worden moet,
Een vlugtig stof, van geen vermogen.

Ik zie, wanneer ik van naby
Uw Rook wil volgen met myne oogen,
Dat ik moet eindigen als gy.

Dit gedichtje verscheen in Jans bundel Het vermaaklyk buitenleven, of de zingende en speelende boerenvreugd. Het is een van de vroegste voorbeelden waarin de regels van een sonnet slechts vier jamben hebben. In de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw waren het er meestal zes; ergens in de negentiende eeuw worden het er vijf.

Vier jamben klinken om de een of andere reden altijd luchtig. Ik ken daar eigenlijk geen goede verklaring voor. Misschien is het simpelweg dat wij mensen van nature houden van dingen die in tweeën komen en vier jambes zijn natuurlijk 2x2x2 lettergrepen. In het gedicht van Van Gijsen ligt na de tweede jambe ook heel vaak – zij het niet altijd – een soort rust: O Brandend Pypje / heete gloed, Een tydverdryf / voor elk ten besten.

Op het Tabakrooken was bovendien ook een liedje. Het volgende kopieer ik uit de DBNL-editie:

De muziek is alla breve genoteerd: dat wil zeggen in tweeën, met halve noten als maateenheid. Feitelijk komt dat neer op een verdeling in 2×2: twee halve noten in een maat, en iedere halve noot verdeeld in twee kwartnoten.

Daarbij ligt het accent (de beklemtoonde lettergreep van de jambe)  altijd op een tel – dat wil zeggen op een halve noot. De onbeklemtoonde lettergreep van de jambe ligt daar bijna nooit. Alleen het tweede kwatrijn (‘Tabak die my na boven leid’) wordt in een soort half tempo gezongen, waarbij de beklemtoonde lettergrepen altijd op de 1 vallen, en de onbeklemtoonde lettergrepen (ook) op de tweede tel kunnen vallen.

Gezongen muziek heeft een driedimensionele accentstructuur: er is de natuurlijke klemtoon van de woorden, er is de metriek van het gedicht, en er is de maat van de muziek. Die drie beelden elkaar min of meer af, al wordt er natuurlijk ook spanning gecreëerd. In dit liedje is dat het duidelijkst aan het eind van de allerlaatste regel:

Dat ik moet eindigen als gy.

De metriek verlangt hier een accent op het gen van eindigen, terwijl die lettergreep in het natuurlijke accent onbeklemtoond is. Daar staat in de melodie dan weer tegenover dat di – die zowel in het natuurlijke accent als in de metriek zwak is, in de melodie wordt verzien van allerlei versieringen. Alle drie lettergrepen in eindigen krijgen zo op een eigen manier nadruk. De schrijver moet daar een bijzondere nadruk in gehoord hebben – die wij nog steeds kunnen horen. 

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: 18e eeuw, 196 sonnetten, sonnet

Lees Interacties

Reacties

  1. Wouter Steenbeek zegt

    27 maart 2016 om 12:48

    Kijk, muziek, eindelijk iets waar ik wél voor doorgeleerd heb! Ik moet zeggen dat het liedje me niet erg aanspreekt: de eerste maat is met zijn gepuncteerde triolenritme erg vlot – eerder 4/4 dan alla breve – en daarna lijkt het tempo in te zakken (meer volgens de maatsoort).

    Maar inderdaad, het is altijd interessant om te zien wat een toonzetter met een gezongen tekst doet. Een antimetrie in opgelezen poëzie kan mooi onschadelijk worden gemaakt in een muzikale zetting.

    Maar de verkeerde melodie kan een goed lopende tekst ook ruïneren. Dat hebben we al te pijnlijk meegemaakt bij de psalmberijmingen van 1773. Er werd besloten om nieuwe berijmde vertalingen van de Psalmen te maken, omdat de oude versies van Datheen vol antimetrieën zaten. Logisch, Datheen was een zestiende-eeuwer en ging net als zijn tijdgenoten van Franse principes uit: alleen bij het eindrijm (m/v) op de klemtoon letten. Negen dominees hebben op de psalmen zitten zwoegen en uiteindelijk kregen ze 150 prachtig lopende versjes. Alleen: de melodie gaf heel andere accenten, waardoor sommige psalmen net zo slecht liepen als de Datheenversies. Het is daarom niet zo gek dat de streng gereformeerde kerken die nog volgens "1773" zingen, alles isoritmisch doen: alleen hele noten, zodat de melodie geen accenten meer toevoegt…

    Beantwoorden
  2. Anna de Haas zegt

    13 november 2022 om 17:33

    Beste Marc van Oostendorp,
    Leuk, maar… dit sonnet is niet van Jan van Gijsen – die overigens geboren is in 1668, niet 1688. Het komt uit de liedbundel ‘Het vermaaklyk buitenleven, of de zingende en speelende boerenvreugd’, die inderdaad regelmatig, maar ten onrechte aan Van Gijsen wordt toegeschreven. Zie daarover het Van Gijsen-lemma van R. Zuidema in NNBW, deel 8, p. 652 en vooral http://www.liederenbank.nl. En ik als biograaf van Van Gijsen (boek bijna af) kan alleen maar van harte met de afwijzing instemmen. Er is ook een discussie geweest over de vraag of het sonnet niet uit het Frans vertaald is (ik denk van wel, en Van Gijsen kende beslist geen Frans). Als je meer details/bronnen wilt hebben, geef ik je die graag, maar het is heel ingewikkeld, zoals dat met alle liedjes het geval is.
    met vriendelijke groet,
    Anna de Haas

    Beantwoorden
    • Marc van Oostendorp zegt

      13 november 2022 om 18:40

      Dank je wel! Ik hoor graag meer details (marc@vanoostendorp.nl)

      Beantwoorden

Laat een reactie achter bij Wouter SteenbeekReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Dean Bowen • een leugen doorspookt …

een leugen doorspookt de welving waarin je jezelf thuis waant, dus verlaat je het huis in een poging terug te vinden wat je in kinderlijke onschuld moest achterlaten.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

VOORUITGANG

Precisie is de grondslag van de moderne industrialisatie.
– Zo is de poëzie nog ergens goed voor.

Bron: Barbarber, januari 1968

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

27 maart 2026: Culturele verbeeldingen van het Waddengebied

27 maart 2026: Culturele verbeeldingen van het Waddengebied

23 februari 2026

➔ Lees meer
13 maart 2026: Westerse boeken met een Japans tintje

13 maart 2026: Westerse boeken met een Japans tintje

23 februari 2026

➔ Lees meer
28 februari 2026: Lezing Die Wrede Een met die Rode Baard en sy viervoetige jambes

28 februari 2026: Lezing Die Wrede Een met die Rode Baard en sy viervoetige jambes

22 februari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1966 Arie Bouman
➔ Neerlandicikalender

Media

Waarom voelt prima zo passief aggressief?

Waarom voelt prima zo passief aggressief?

23 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek 1 Reactie

➔ Lees meer
De Twintigers: Juicy

De Twintigers: Juicy

22 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Safae el Khannoussi Translation Project

Safae el Khannoussi Translation Project

21 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d