• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Convergerend bewijs in de taalkunde

17 maart 2022 door Marc van Oostendorp Reageer

Een van de intrigerende aspecten van taal is dat het overal om ons heen is en tegelijkertijd zo lastig te vatten. Staat taal bijvoorbeeld in een boek? Klinkt het in de ruimte? In zekere zin zijn dat alleen maar inktvlekken en luchttrillingen: ze worden pas taal als wij het interpreteren. Zit taal tussen onze oren? Maar hoe scheiden we het dan van wat zich daar verder bevindt? Als spreker van het Nederlands weet ik dat “de egel kust het konijntje’ een goede zin is en ‘de het egel konijntje kust’ niet. Maar waar in de werkelijkheid bevinden die zinnen zich en hoe kan ik er kennis over hebben als ik ze allebei nog nooit heb gehoord?

Wat zijn eigenlijk de data van taalkundig onderzoek?

Het proefschrift dat Gert-Jan Schoenmakers vandaag in Nijmegen verdedigt, levert een nuttige bijdrage aan de voortdurende discussie over dit onderwerp. Hij laat zien dat je eigenlijk alleen succesvolle taalkunde kunt doen door verschillende data te gebruiken en af te wegen. Hij bespreekt een onderwerp dat ook al (zijdelings) aan de orde kwam in het proefschrift dat zijn collega Tara Struik onlangs verdedigde (en dat ik hier besprak): de variatie tussen zinnen als de volgende twee.

  • Petra beweert dat ze het boek gisteren heeft gelezen.
  • Petra beweert dat ze gisteren het boek heeft gelezen.

Het verschil, beweren veel taalwetenschappers in de literatuur, is dat het lijdend voorwerp het boek naar reeds bekende informatie verwijst als het voor gisteren staat, en naar nieuwe informatie als het erachter staat. De eerstgenoemde zin kan het antwoord zijn op de vraag (‘Over de boek gesproken, wat heeft Petra daarover gezegd?’ (het boek is dan al genoemd), en de tweede zin eerder op een vraag als ‘Wat beweert Petra dat ze heeft gelezen?’ (het boek is nieuwe informatie).

Analyses van de vraag waarom dit verschil zo is, zijn feitelijk gebaseerd op dit feit: deskundigen (taalwetenschappers) voelen het verschil zo aan. Dit is enerzijds niet zo gek – ik denk dat de meeste lezers het verschijnsel ook zo aanvoelen – maar misschien ook wel een wat wankele basis. Schoenmakers staat een benadering voor dat hij convergerend bewijs noemt: je kijkt op verschillende manieren naar de taal en probeert te achterhalen wat daar dan uit voortkomt.

In dit specifieke geval liet hij mensen die geen taalkundige opleiding hadden dit soort Petra-zinnen beoordelen. Ze kregen een verhaaltje te lezen waarin werd context werd geboden op basis waarvan je zou kunnen concluderen wat oude en wat nieuwe informatie was, en vervolgens moest je zeggen of een bepaalde zin goed in die context paste. Ook werd er gekeken naar wat mensen spontaan zeiden.

De resultaten: het vrij harde onderscheid dat taalkundigen aanvoelen laten niet-taalkundigen veel minder duidelijk zien of horen. In hun taalwerkelijkheid ligt het genuanceerder, zeker als je beziet hoe zij zinnen beoordelen (de zinnen die ze daadwerkelijk zelf produceerden lagen dichter in de buurt van het door taalkundigen aangevoelde patroon).

Je kunt de oordelen van de taalkundigen niet helemaal terzijde schuiven: het is natuurlijk altijd mogelijk dat er een soort collectieve verdwazing optreedt, maar die duurt meestal niet vele decennia lang. Bovendien zijn taalkundigen natuurlijk veel meer dan andere mensen erop getraind om hun taalgevoel aan te spreken, ze kunnen dus hopelijk beter aanvoelen hoe het zit (ongeveer zoals een ervaren wijnproever verschillen kan herkennen en benoemen die een ander ontgaan). Tegelijkertijd is het natuurlijk ook wel wat vreemd om met die taalkundigen ervan uit te gaan dat er sprake is van een absoluut verschil als andere mensen dat verschil niet zo goed lijken te herkennen.

Je moet daar een balans in zien te vinden. Waar die balans precies is, en hoe we kunnen bepalen ‘hoe het nu werkelijk zit’, daar valt nog veel aan uit te zoeken. Maar Schoenmakers’ proefschrift vormt een waardevolle eerste stap.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: evidentie, scrambling, syntaxis, taalkunde

Lees Interacties

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Anton Minne • Altstadt

Ik nam de trein naar Altstadt om een vrouw te zien.
Ik zag de vrouw. En toen zag ik dat kind daarbij.
Had ik gehoopt dat schoonheid mij beroeren kon,
de vrouw zag mij.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Chris van Geel

MEISJES

In de door schaduw gewassen kamer spelen
ze halma, slaan bruggen, bouwen hun driehoeken vol.

Buiten valt wind in het sproeiende water.

Bron: Het Zinrijk, 1971

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

6 maart 2026: Presentatie ‘Mondruimtes & matroesjka’s” van Ton Naaijkens

6 maart 2026: Presentatie ‘Mondruimtes & matroesjka’s” van Ton Naaijkens

26 februari 2026

➔ Lees meer
27 februari 2026: Vriendenlezing – Leren met boeken

27 februari 2026: Vriendenlezing – Leren met boeken

24 februari 2026

➔ Lees meer
1 maart 2026: Voorleesmarathon uit het oeuvre van Astrid H. Roemer

1 maart 2026: Voorleesmarathon uit het oeuvre van Astrid H. Roemer

24 februari 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

Geen neerlandici geboren of gestorven

➔ Neerlandicikalender

Media

Trofee van Gaea Schoeters

Trofee van Gaea Schoeters

26 februari 2026 Door Vlogboek Reageer

➔ Lees meer
Maria Barnas (dichter, beeldend kunstenaar en schrijver)

Maria Barnas (dichter, beeldend kunstenaar en schrijver)

26 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Sinte Franciscus Leven van Jacob van Maerlant

Sinte Franciscus Leven van Jacob van Maerlant

24 februari 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
 

Reacties laden....
 

    %d