• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
    • Chris van Geel
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

Dick ‘zeg maar’ Schoof

28 september 2024 door Marc van Oostendorp 5 Reacties

Een interessant kenmerk van de huidige Nederlandse premier, drs. Dick Schoof, is dat hij zo slecht spreekt. Nederlandse politici zijn zelden wonderen van retorisch talent, en we hebben eerder premiers gehad waarnaar het moeilijk luisteren was. Maar zelfs Jan-Peter Balkenende kon nog wel uit zijn woorden komen.

Het heeft er ongetwijfeld mee te maken dat we gewend zijn aan politici over het algemeen aan verkiezingen hebben moeten meedoen en daar kiezers hebben moeten overtuigen. En kiezers raken nu eenmaal niet zo snel overtuigd van iemand die een beetje verlegen staat te stamelen. Wat dat betreft heeft het optreden van Schoof, die ongeschoold praat en daarbij allerlei tics laat zien die een beroepspoliticus allang had weggetraind, iets verfrissends – mits we even vergeten dat hij een kabinet leidt dat op dubieuze gronden het parlement buiten spel wil zetten en tussen neus en lippen door zonder enige vorm van argumentatie de botte bijl zet in de boekhandel, de journalistiek en de wetenschap.

Een van zijn verbale tics is zeg maar. Neem Schoofs persconferentie van gisteren.

Externe inhoud van YouTube

Deze inhoud wordt geladen van YouTube en plaatst mogelijk cookies. Wil je deze inhoud bekijken?

Dat gebruik van zeg maar lijkt me hier voer voor een onderzoekje. Als ik goed tel, zegt Schoof hier 47 keer ‘zeg maar’ in minder dan 34 minuten. Dat is bijna drie keer per twee minuten en eigenlijk meer, want af en toe zijn er ook nog journalisten in het woord (en geen van hen zegt ooit ‘zeg maar’).

Interessanter is nog dat het gebruik van zeg maar niet evenwichtig verdeeld is. Hij gebruikt het bij sommige antwoorden veel vaker dan bij andere en sowieso is het gebruik van zeg maar geclusterd: als hij een keer zeg maar heeft gezegd, is de kans groter dat hij dat de komende 10 seconden nog een keer doet. Het gebruik van stopwoorden lijken me bij Schoof een teken van zenuwen. Op momenten dat het gaat over zijn kabinet doet hij het veel vaker dan als hij praat over bijv. internationale politiek, waarover hij zelfs expliciet zegt dat hij denkt dat hij er toch niet veel kan betekenen.

Het zou in dit kader interessant zijn een uitvoerige analyse uit te voeren van Schoofs gebruik van zeg maar in, onder andere, deze toespraak. Er zijn natuurlijk heel veel mensen die zeg maar gebruiken – al heb ik het idee dat het wel vooral iets is voor de generatie van Schoof – maar van die mensen zijn meestal niet vele uren beschikbaar. Als zij in de politiek gaan, worden ze eerst uitvoerig getraind.

Delen:

  • Afdrukken (Opent in een nieuw venster) Print
  • E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
  • Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
  • Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
  • Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
  • Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn

Vind ik leuk:

Vind-ik-leuk Aan het laden...

Gerelateerd

Categorie: Artikel Tags: politiek, stopwoorden, taalkunde

Lees Interacties

Reacties

  1. Marel Meijer Hof zegt

    28 september 2024 om 11:38

    Een gedachte: Het gebruik van ,zeg maar’ is een soort onbepaalde wijs in overdrachtelijke zin [of hoe zal ik het uitdrukken], een soort van ,lijkt op’, als ware het’, ,alsof’. Het maakt een zekere indruk dat de spreker niet geheel verantwoordelijk wil worden gehouden voor hetgeen zij voordraagt of poneert. Er ontstaat een zekere afstand tussen de spreker en het gesprokene. Sprekende over de eigen ministersploeg, zie ik tendenzen van ironie etc.

    Beantwoorden
  2. Jan Stroop zegt

    28 september 2024 om 16:45

    Dit ‘zegmaar’ hoort tot de categorie ‘wauwelwoorden’.

    Zie: ‘Wauwelwoorden’ en wat erop lijkt.
    http://www.janstroop.nl/oudesite/columns/Wauwelwoordenenwateroplijkt.shtml

    Beantwoorden
    • Bert Groen zegt

      11 januari 2026 om 11:46

      Ook wel ‘strooiwoorden’ of ’twijfelwoorden.’ Ze geven de spreker iets meer tijd om na te denken en zijn ook een teken van onzekerheid en zenuwen. In mijn tijd als leraar v.o. liet ik mijn leerlingen regelmatig korte presentaties houden. Kinderen die zelden ‘zeg maar’ zeiden gingen dat voor de klas dan heel veel doen.
      Dat het een verschijnsel van de generatie van Schoof is, is volgens mij niet waar. Mijn theorie (die ik niet kan bewijzen) is dat deze woorden meer worden gebruikt naarmate mensen jonger zijn. Het is waarschijnlijk ook kopieergedrag: rolmodellen doen het, fans, aanhangers e.d. nemen het over. Mijn grootste bezwaar is dat strooiwoorden afleiden en een indruk van onzekerheid veroorzaken. Inderdaad: een onderzoek waard!

      Beantwoorden
  3. Siemon Reker zegt

    29 september 2024 om 08:25

    Volstrrrekt mee eens,
    SR/Nomeis

    Beantwoorden
  4. Paul zegt

    2 oktober 2024 om 23:25

    Er zijn politici die je denkt te begrijpen (quod non) en politici die onbegrijpelijk lijken. Maar de gedachte dat ze Nederlands zouden spreken geeft te denken

    Beantwoorden

Laat een reactie achterReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Johan van Heemskerck • Gedicht, dat de meisjes hun tijd niet moeten laten verloren gaan

Verharde Herderinnen,
Die noch het smeken noch de klacht,
Van uw getrouwe Herders acht,
Afkerig van het zoete minnen.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Vlaggetjes

Ik vind, elke dag heeft genoeg
aan zijn eigen kwaad. Wie zijn dag
niet mint, gaat mokkend ten onder.

Bron: Anton Korteweg

➔ Bekijk hier alle citaten

Agenda

8 mei 2026: Symposium Onsterfelijke dood

8 mei 2026: Symposium Onsterfelijke dood

26 april 2026

➔ Lees meer
30 april 2026: Kampliteratuur van Charlotte Delbo

30 april 2026: Kampliteratuur van Charlotte Delbo

25 april 2026

➔ Lees meer
16 mei 2026: Hommage In de Knipscheer

16 mei 2026: Hommage In de Knipscheer

22 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

sterfdag
1877 Arie de Jager
2018 Steven ten Brinke
➔ Neerlandicikalender

Media

Sanneke van Hassel en Bert Paasman over Elisabeth Maria Post

Sanneke van Hassel en Bert Paasman over Elisabeth Maria Post

26 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

In gesprek met literaire duizendpoot Jonathan Van Der Horst

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
The perks of literature – with Jeroen Dera

The perks of literature – with Jeroen Dera

22 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact
%d