
Op de website van de Lage Landen stuitte ik een tijd geleden op de volgende zin: “In zijn biografie door Maria Vlaar blijkt Joost Zwagerman een beroepsleugenaar.” De zin stond in de titel van een recensie van Zwaag, de biografie van Maria Vlaar over Joost Zwagerman.
Ik was niet zoveer getroffen door de kwalificatie van Zwagerman, maar wel door het kleine woordje zijn. Want wat ik me meteen afvroeg: van wie is die biografie eigenlijk? Van de man die erin beschreven wordt, of van de vrouw die hem beschreef? En dus is de kwestie of je het moet hebben over zijn of over haar biografie. De keuze voor zijn of haar leidt in ieder geval tot een verschillende voorzetselconstituent die erop zou kunnen volgen: haar biografie over/van vs zijn biografie door. In het Frans lijkt zo’n extra bepaling nog belangrijker, want je schrijft altijd sa biographie, aangezien het geslacht van het voornaamwoord wordt bepaald door het zelfstandig naamwoord en niet door de referent.
Prachtig boek
Deze vraag over hoe je een voornaamwoord moet gebruiken en interpreteren speelt niet alleen bij gevallen waarbij auteur en onderwerp van geslacht verschillen. Als je bijvoorbeeld spreekt over het boek dat Iris Pronk wijdde aan Renate Dorrestein, naar wie verwijst haar dan in haar biografie? En als we het hebben over Willem Frederik Hermans en zijn biografie, doelen we dan op het boek van Willem Otterspeer, of op De raadselachtige Multatuli, waarin Hermans het leven van Eduard Douwes Dekker beschrijft? En kan Maria Vlaar eigenlijk mijn biografie zeggen wanneer ze naar haar boek over Zwagerman verwijst?
Zou het uitmaken hoe gerenommeerd de biograaf is? Bijvoorbeeld: ben je bij iemand als Wim Hazeu sneller geneigd om zijn in zijn biografie te lezen als een verwijzing naar de biograaf dan naar het onderwerp van het boek? Of neem Sue Prideaux, die veelgeprezen biografieën heeft geschreven over Gauguin, Nietzsche, Munch en Strindberg. Ik zag in een Engelstalige recensie van een van haar laatste boeken over Gauguin dat daarin gesproken werd over her biography. Jonathan Coe, bekend Brits auteur, heeft een prachtig boek geschreven over B.S. Johnson, een experimentele schrijver die nu haast vergeten is. Ook daar zou ik zonder context zijn eerder betrekken op Coe dan op Johnson.
Iemand anders
Marc van Oostendorp wees me erop dat de kwestie wat doet denken aan discussies in de syntactische literatuur over zogeheten ‘picture nouns’, zoals in Jans portret, waarbij Jan zowel het onderwerp als de maker van een schilderij of foto kan zijn. In die lijn is er ook bij een biografie nog een derde, misschien wat vergezochte interpretatie denkbaar: het voornaamwoord kan ook verwijzen naar de bezitter van de biografie als fysiek object. Als een vriend mij de levensbeschrijving van Gerard Reve uitleent, verwacht hij wellicht dat ik na lectuur zijn biografie weer aan hem teruggeef.
Je zou denken dat deze ambiguïteit verdwijnt bij het woord autobiografie, omdat schrijver en onderwerp daar samenvallen. Maar dat is buiten Herman Brusselmans gerekend, die ooit een boek publiceerde met de titel Autobiografie van iemand anders.
Laat een reactie achter