
Dat het woord leren in het Nederlands zowel ‘kennis verwerven’ als ‘kennis doorgeven’ kan betekenen, is op het eerste gezicht verwarrend: het onderwerp doet toch echt iets anders in ‘de kinderen leerden zwemmen’ dan in ‘Marieke leerde de kinderen zwemmen’. Toch ben ik nog nooit iemand tegengekomen die in de war was door het verschil, en niet begreep wie er nu wat aan het doen was als er was medegedeeld dat Marietje de kinderen leerde zwemmen. De dubbelzinnigheid is bovendien het resultaat van een eeuwenlang proces; en heeft dus kennelijk nooit tot enorme crises geleid. En als je naar de andere Germaanse talen kijkt, zoals het Duits, het Engels en de Scandinavische talen, zie je soortgelijke patronen.
In het Journal of Germanic Linguistics bespreken Matteo Tarsi en Stephen Laker die hele geschiedenis van deze woorden in de Germaanse talen. Het uitgangspunt is een wortel uit het Proto-Indo-Europees, de oertaal waaruit heel veel Europese talen en talen tot ver daarbuiten zijn ontstaan, van het Spaans tot het Iraans, en van het Deens tot het Hindi. Die wortel is *lei̯s-, dat oorspronkelijk zoiets betekende als ‘een spoor volgen’. Van die ene wortel zijn in het Gotisch, de oudste gedocumenteerde Germaanse taal drie werkwoorden afgeleid: lais ‘ik weet’, (ga)laisjan ‘onderwijzen’, en (ga)laisjan sik ‘leren’ — letterlijk ‘zichzelf onderwijzen’.
Ongrijpbare kennis
Er is sindsdien van alles veranderd. In het Westgermaans verdween het werkwoord voor ‘weten’. Het werd verdrongen door witan, verwant aan het Latijnse vidēre ‘zien’, want weten is volgens een bepaalde metafoor ‘gezien hebben’. In het Noordgermaans ging het nog radicaler: daar overleefde in eerste instantie geen enkel werkwoord op *lei̯s-. Al leende de talen læra later toch weer uit het Oudengels.
Tarsi en Laker vinden vier hoofdmetaforen in het oudste Germaans: leren is een spoor volgen (*lei̯s-), leren is iets beetpakken (het Gotische ganiman, eigenlijk ‘nemen’), weten is gezien hebben (*u̯ei̯d-, de wortel van weten), en weten is herkend hebben (*ǵneh₃-, de wortel van kennen en kunnen). Alleen die laatste is met zekerheid gemeenschappelijk Proto-Indo-Europees erfgoed (je vindt het bijvoorbeeld in het Griekse gnosis). De andere zijn vermoedelijk onafhankelijk in verschillende taalfamilies ontstaan.
Die metaforen blijken in latere fases van de taalgeschiedenis ook weer te hebben gewerkt. Het Engelse teach gaat terug op een wortel die ’tonen’ betekende, het is verwant aan take. Het Nederlandse bijbrengen bevat letterlijk ‘erbij brengen’. Het Oudengelse getyhtan ‘onderwijzen’ betekende ‘de geest ergens naartoe trekken’. Iets fysieks – volgen, pakken, zien, wijzen – werd steeds weer ingezet om het ongrijpbare van kennis uit te drukken.
Uitgestippeld
Maar nu het Nederlands. Onze taal zit in een groep continentaal-Westgermaanse talen waar de betekenissen ‘onderwijzen’ en ‘leren’ dus zijn samengevallen in één werkwoord. Ook het Westfries (leare), het Saterfries (lere) en het Noordfries (liar) zitten in die groep
In het Jiddisch is het omgekeerde gebeurd: daar heeft lernen de betekenis ‘onderwijzen’ erbij gekregen, en is vervolgens de reflexieve vorm zikh lernen ontstaan om ‘leren’ weer een eigen vorm te geven. Dat gebeurde mogelijk onder invloed van het Slavisch, waar hetzelfde systeem bestaat. Die strategie duikt trouwens op meerdere plekken in het Germaans op, bijvoorbeeld in het Gotisch, het Oudijslands en het Zweeds. Ook in dit geval werd dus steeds weer dezelfde oplossing gevonden.
Naast leren hebben het Nederlands en de Friese talen nog een heel arsenaal woorden voor ‘onderwijzen’ opgebouwd: bijbrengen, onderrichten, onderwijzen — alle drie al in het Middelnederlands aangetroffen, met verwanten in het Westfries (bybringe, ûnderrjochtsje, ûnderwize), Saterfries en Noordfries. De laatste twee zijn afgeleid van ‘recht’ en ‘wijs’ . Bij ‘weten’ heeft het Nederlands bovendien een drieledig systeem bewaard: weten, kennen en kunnen. Het Luxemburgs heeft er daarvan maar twee, het Engels maar één (know).
Ik kan niet zeggen hoe bevredigend ik het vind te constateren dat in al die eeuwen de metaforen altijd op elkaar zijn blijven lijken: ‘leren’ begon als ‘een spoor volgen’, actief een pad volgen dat iemand anders heeft uitgestippeld; en ‘onderwijzen’ is dat pad wijzen, ook als je dat pad niet voor je ziet. Hoe we over kennis denken, is in al die tijd nu ook weer niet zó veel veranderd.
Mooie foto.