Misschien komt het door de sneeuw dat ik me ’s morgens al zo moe voel.
De (gecursiveerde) openingszin van Hersenschimmen (1984) van J. Bernlef betreft een overdenking. Het oorzakelijke verband tussen de sneeuw en de gemoedstoestand van de ik-verteller is op veel manieren in te vullen – sneeuw kan licht fel weerkaatsen, geluid sterk dempen, reliëf afvlakken, kleur verbergen – maar is misschien niet eens aanwezig. Hij beschrijft dat Vera wel van de sneeuw houdt: ‘Als de sporen van de mens uit de natuur verdwijnen, als alles één smetteloze witte vlakte wordt; zo mooi! Dwepend bijna zegt ze dat. Maar lang duurt die toestand hier niet. Al na een paar uur zie je overal schoenafdrukken, bandensporen en worden de hoofdwegen door sneeuwruimers schoongeploegd.’

Laat een reactie achter