
Ze gooit me opzij. Ineens hangt mijn ketting helemaal rond de klaproos. Mijn mooie ijzeren hartjesketting. Roos kijkt geschrokken omdat mijn ketting kapot is. Ik begin heel hard te bibberen. Er zit een olifant op mijn borst. Ik kan niet goed ademen.
Haar ogen worden spleetjes. Ze laat de ketting voor mijn ogen heen en weer wiebelen en dan laat ze mijn ketting langzaam in har zak glijden.Mijn adem stopt nu helemaal en ik krijg het heel heet.
Een verhaal doordrenkt van emotie. Woede, verdriet. Elkaar niet kunnen bereiken. Een diep gemis, onbegrip. Roos en Dimi. Broer en zus. Roos is geadopteerd en Dimi is verstandelijk beperkt.
Ieder vertellen zij hun verhaal.
Roos deelt de zoektocht naar haar biologische moeder. Haar woorden zijn geschreven in korte zinnen, vaak komt er jongerentaal voorbij, Vlaams, soms wat Frans. Ze is vaak boos, voelt zich door haar adoptieouders onvoldoende gezien en hoopt een thuis te vinden bij haar onbekende biologische moeder.
Dimi noemt ze vaak ‘onnozelaar’. Hij ziet de wereld anders, versimpeld. Denk dat zijn zus Roos bruin is door de zon. Heeft geen weet van zwart, wit, bruin, afkomst en al helemaal niet van een eventuele adoptie.
Hun verhalen bestaan naast elkaar, met elkaar.
Het boek was voor mij meeslepend, heftig, rauw, bikkelhard en tegelijkertijd wonderschoon.
Perfect om te lezen als je tegen een stootje kunt, interesse hebt voor de menselijke psyche, graag meeleeft met de hoofdpersonen en het geen probleem vindt om geraakt te worden.

Laat een reactie achter