
Hoe zou jij te werk gaan als je zus is ontvoerd door een bende plunderende soldaten? Je weet niet wie haar heeft meegenomen, welke kant ze op zijn gereden of waarheen ze onderweg zijn. Er bestaat geen politie, je hebt geen ouders die je kunnen helpen en je staat er alleen voor. Hoe begin je dan aan een zoektocht, zonder iemand te kunnen bellen of routes en afstanden op te zoeken in Google Maps?
Vrouwelijke heldin
Ik zal je vinden is een aanrader voor leerlingen die geïnteresseerd zijn in geschiedenis en willen weten wat er in de zeventiende eeuw gebeurde in Twente. Het boek is geschikt voor lezers die houden van een spannend verhaal met tussendoor historische feitjes, maar ook voor wie graag avonturenverhalen leest met een vrouwelijke heldin of plezier beleeft aan RPG-games.
Het verhaal speelt zich af in 1665 en 1672, tijdens de Nederlandse Gouden Eeuw. Niet in welvarende steden als Amsterdam of Delft, maar op het arme platteland van Twente, dat gebukt gaat onder plunderingen van het leger van de bisschop van Münster. De zeventienjarige Marrie woont met haar hoogzwangere zus Hilde op een boerderij. Wanneer soldaten het erf aanvallen en Hilde ontvoeren, besluit Marrie zelf naar haar op zoek te gaan. Ze verlaat het veilige boerenerf en reist van herberg naar herberg. Onderweg vraagt ze rond en ontmoet ze uiteenlopende, vaak opmerkelijke mensen. Marries verhaal draait om vastberadenheid en omgaan met onzekerheid. Ze probeert hoop te houden in een angstige en gewelddadige wereld. Het is een historisch avontuur over familie, vertrouwen en de kracht om door te zetten.
Van soldatenvrouwen tot chirurgijnen
Marries plan is eenvoudig en tegelijk riskant. Ze bezoekt herbergen in Twente en vertelt zo veel mogelijk mensen over Hilde, in de hoop dat haar signalement zich verspreidt. Deze tocht voert haar onder meer langs Almelo, Rijssen, Holten, Goor en verder. Voor lezers die de regio kennen, is het herkenbaar en bijzonder om te lezen hoe het leven er hier in de zeventiende eeuw uitzag. Op haar road trip kruist Marrie onderweg het pad van talloze mensen. Ieder van hen biedt een ander inkijkje in het leven van die tijd. Sommigen helpen haar op weg, anderen brengen haar juist in gevaar.
In dat opzicht doen de personages denken aan non-playing characters uit RPG-games als Zelda, Final Fantasy of The Elder Scrolls. Van struikrovers tot marskramers en van soldatenvrouwen tot chirurgijnen: ze duiken op om Marrie te helpen of om misbruik van haar te maken. Tegelijkertijd fungeren ze als dragers van historische informatie, die de schrijfster door het boek heen in de dialogen plant. Na haar pensioen legde Ria Lazoe zich volledig toe op het schrijven van romans. Daarvoor werkte ze als lerares, en dat is in het boek merkbaar. Het is duidelijk dat ze veel tijd heeft gestoken in historisch onderzoek en de opgedane kennis graag wil delen. Omdat Marrie het verhaal vertelt, kan ze de geschiedenis niet uitleggen vanuit een eenentwintigste-eeuws perspectief. Daarom zijn de dialogen rijk aan feitjes. Soms werkt dat verhelderend, maar soms voelt het geforceerd. Personages klinken dan als vloggers die midden in hun verhaal ineens ruimte maken voor een sponsorboodschap. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer Marrie het koud heeft, bang is en in het donker een slaapplek zoekt, maar de lezer plotseling een product placement bezorgt over turf:
Ik herinner me dat va me vertelde dat veengrond uit lagen samengeperste plantenresten bestaat. In gedroogde vorm – uit de aarde gestoken brokken veen, die turf worden genoemd – is het brandstof die we in de winter voor de kachel gebruiken. Thuis, ach… Ik moet even slikken.
Hoop uit de ontmoetingen
Wie aan dit boek begint, moet erop voorbereid zijn dat Marrie het zwaar te verduren krijgt. Dat kan het leesgeduld op de proef stellen. Waar veel romans spanning opbouwen door hoop en tegenslag af te wisselen, bestaat haar tocht in sommige hoofdstukken vooral uit ellende. In het Twente van 1672, zoals Lazoe het schetst, wemelt het van onbetrouwbare figuren, vooral mannen. Dit zijn vaak meedogenloze roofdieren die stelen en verkrachten (een woord dat de personages krampachtig vermijden en vervangen door omschrijvingen als ‘…geschonden, van hun eer beroofd’), of als slapjanussen op wie je niet kunt bouwen (‘Wat is Evert voor een kerel, dat hij zijn zwangere vrouw zo lang alleen laat!’). Tegen deze achtergrond steekt Marrie des te sterker af als heldin. Ze put hoop uit de ontmoetingen met bondgenoten die haar verder helpen en haar dichter bij haar zus brengen.
De schrijfstijl is toegankelijk voor leerlingen uit alle leerjaren van het voortgezet onderwijs. Lazoe gebruikt historische woorden als markententster en boezeroen, die voor zowel scholieren als volwassenen onbekend kunnen zijn. Gelukkig staat achter in het boek een verklarende woordenlijst. Dat Marrie in de ik-vorm en in de tegenwoordige tijd vertelt, maakt het verhaal vlot leesbaar. Wel is het goed om te beseffen dat de schrijfster duidelijk de bedoeling heeft om geschiedenis over te brengen via een spannend verhaal. Enige interesse in geschiedenis vergroot daarom het leesplezier.
Dit boek is vooral geschikt om vrij te lezen of te gebruiken binnen een thema- of projectweek over geschiedenis. Het is extra aantrekkelijk voor scholen in de Twentse plaatsen waar Marrie doorheen trekt, zoals Almelo, Rijssen, Enter, Goor, Delden, Saasveld, Ootmarsum, Rossum, Oldenzaal en Denekamp.

Laat een reactie achter