Het is iets wat steeds vaker voorkomt in het hedendaagse straatbeeld: vaders of moeders die hun kinderen van school komen halen, maar ondertussen wel druk bellend in een meeting zitten, of ouders die met oortjes in een blokje om lopen met de kinderwagen en de hond.
Het zijn ogenschijnlijk onschuldige momenten die niet veel invloed lijken te hebben op de ontwikkeling van hun geliefde kind(eren). Toch kunnen deze onschuldige momenten een desastreus gevolg hebben voor de taalontwikkeling van hun nageslacht, want juist in deze ogenschijnlijk irrelevante alledaagse momenten schuilt de kern van de taalverwerving van kinderen.
Eerstetaalverwerving
Eerstetaalverwerving – het leren van de moedertaal – lijkt bij een kind vanzelf te gaan. Een kind hoort om zich heen wat woorden, brabbelt eerst alleen nog maar wat terug, maar binnen no-time kun je al met hem ‘praten’ over de koeien en kippen op de kinderboerderij. Toch is dit proces van het verwerven van een taal zeer complex en fijngevoelig. In principe draait het om een wisselwerking tussen het ‘natuurlijke’ taalvermogen van kinderen: het vermogen om een taal te leren, en het taalaanbod: de kwantiteit en kwaliteit van de aangeboden taal door de omgeving.

Kwantiteit
Die omgeving is dus van onschatbare waarde voor het taalvermogen van een kind, concludeerden ook de Amerikaanse wetenschappers Betty Hart en Todd Risley. In 1995 stelden zij in een baanbrekend onderzoek vast dat kinderen (van 0 tot 4 jaar) uit gezinnen met hoogopgeleide ouders in hun eerste drie levensjaren 30 miljoen meer woorden te horen kregen dan kinderen van laagopgeleide ouders. Dit kwam bekend te staan als de 30-million word gap. In latere studies werd deze uitspraak wel behoorlijk gecorrigeerd. Zo is de kloof bijvoorbeeld maar zo’n 4 miljoen woorden en zijn er ook binnen de sociaaleconomische klassen nogal wat verschillen, maar het idee van een causaliteit tussen de sociaaleconomische status van ouders en de taalverwerving/het taalvermogen van kinderen bleef bestaan.
Kwaliteit
In hedendaags onderzoek is het accent echter wél verschoven: van taalaanbod in kwantitatieve, naar kwalitatieve zin. Het draait niet meer alleen om het aantal woorden dat een kind hoort, maar het gaat vooral over de kwaliteit van de interactie. Kinderen leren immers het beste een taal wanneer volwassenen met hen praten, niet tégen hen. Uit onderzoek van cognitieve neurowetenschapper Rachel Romeo blijkt dat heen-en-weer-gesprekken, die zowel qua lengte als thema afhankelijk zijn van de bijdrage van het kind, de brandstof zijn voor het verwerven van een taal. Hoeveel woorden het kind dan precies hoort, doet er niet zo veel toe.
Wat te doen?
Dana Suskind, medisch specialist aan de universiteit van Chicago, heeft na het schrijven van een boek over de 30-million word gap een project opgezet met als doel de interactie tussen ouder en kind te vergroten, en ouders ervan te overtuigen dat ze een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van het kind. Suskind probeert de interactie tussen ouder en kind te verbeteren door ze de 3 T’s te laten toepassen:
Ten eerste moeten ouders hun kind de volledige aandacht geven en zijn of haar focus volgen, zodat er gepraat kan worden over wat het kind ziet (Tune in). Ten tweede is het advies nog steeds dat ouders veel tegen hun kind moeten praten, zodat deze een grotere woordenschat krijgt (Talk more). Ten derde moeten ouders kinderen als volwaardige gesprekspartners beschouwen en om de beurt met hen praten (Take turns).
Dus, jonge (of toekomstig) ouder, want ik als auteur richt me even rechtstreeks tot u: loopt u binnenkort weer eens met uw hond en uw kind in de kinderwagen over straat; zwicht dan, hoe moeilijk het ook is, niet voor de verleiding van uw dagelijkse podcast of het nieuwe album van Taylor Swift. Nee, hou uw oortjes in uw zak (of nog beter, laat ze thuis) en praat tegen, maar vooral mét uw kind. Over de vogels in de lucht, de kleur van de wolken of over de kerstversiering op het kerkplein – dat is niet alleen veel gezelliger, maar ook nog eens veel functioneler dan al die nutteloze nieuwspodcasts.
Bronnen
Any Time is 3Ts Time. (z.d.). TMW Center For Early Learning + Public Health. https://tmwcenter.uchicago.edu/innovate/any-time-is-3ts-time/
Christoffels, I., Groot, A., Clement, C., & Lam, J. F. (2017). Preventie door interventie. Literatuurstudie naar lees- en schrijfachterstanden bij kinderen en jongeren. ‘s-Hertogenbosch: Expertisecentrum Beroepsonderwijs i.s.m. Stichting Lezen & Schrijven.
Golinkoff, R. M., Hoff, E., Rowe, M. L., Tamis‐LeMonda, C. S., & Hirsh‐Pasek, K. (2018). Language Matters: Denying the Existence of the 30‐Million‐Word Gap Has Serious Consequences. Child Development, 90(3), 985–992. https://doi.org/10.1111/cdev.13128
Hart, B., & Risley, T. R. (z.d.). Meaningful Differences in the Everday Experience of Young American Children. https://brookespublishing.com/wp-content/uploads/2020/07/Meaningful-Differences-Excerpt.pdf
Lammertink, I. (z.d.). “De cognitieve ontwikkeling van een kind valt of staat met taal en interactie” | Het WAP. https://www.hetwap.nl/interview-met-dana-suskind-university-of-chicago-de-cognitieve-ontwikkeling-van-een-kind-valt-of-staat-met-taal-en-interactie/
Romeo, R. R., Leonard, J. A., Grotzinger, H. M., Robinson, S. T., Takada, M. E., Mackey, A. P., Scherer, E., Rowe, M. L., West, M. R., & Gabrieli, J. D. (2021). Neuroplasticity associated with changes in conversational turn-taking following a family-based intervention. Developmental Cognitive Neuroscience, 49, 100967. https://doi.org/10.1016/j.dcn.2021.100967
Wat is er leuker dan een vak volgen over eerstetaalverwerving? Een blog schrijven over eerstetaalverwerving! Studenten Nederlands en Taalwetenschap aan de Radboud Universiteit schreven een blog over onderzoek dat ze in de cursus eerstetaalverwerving (o.l.v. docente Imme Lammertink) hadden leren kennen. Een vakjury (Mathilde Jansen en Sterre Leufkens) koos de twee beste blogs uit.

Belangrijk artikeltje. Ik heb een link op X gezet.
(Kanttekening: in dit stuk is alleen taal aan de orde maar er zijn natuurlijk ook gebaren, gezichtsuitdrukkingen en zoveel andere belangrijke interacties tussen ouders en kind.)