
Wie meer over de schrijfster van het boek Neem een kip, de schrijfster Erna Sassen (Beverwijk, 1961), wil weten, kan terecht op haar eigen, prachtige website. Ooit wilde ze dokter worden, maar ze ging naar de theaterschool. Ze speelde mee in heel wat voorstellingen, ook in musicals, en schreef er zelf ook een paar. In 2004 kwam haar eerste jeugdboek uit, De gemeenste opa van heel Europa. Ze schreef en schrijft voor kinderen, voor pubers, voor jongvolwassenen. Haar boeken worden lovend besproken, de recensenten zijn onder de indruk van haar werk. Dat komt omdat haar schrijfstijl zeer toegankelijk is, dikwijls luchtig en grappig, en ze zich bijzonder goed in haar verhaalfiguren kan inleven. Ze schrijft vrijmoedig en openhartig over alles wat er bij kinderen en pubers echt toe doet. Over lastige familieleden, over gescheiden ouders, over de dood, over getob over jezelf, over vriendschappen, over seks, over pesten en gepest worden, over moeilijkheden op school, over zoeken, over vinden, over zomaar wat proberen, over pech, over geluk, ach, over noem maar op. Ze vertelt met vaart, met humor, met ernst, beeldend en ontroerend. Ze kan werkelijk bijzonder goed schrijven, Erna Sassen, niet gekunsteld, maar echt en geloofwaardig.
Neem een kip is het derde deel van een trilogie, over Joshua, maar je kunt het gerust ook los van de andere delen lezen. Joshua, net 18 jaar oud, is een tobberd. Hij vindt van zichzelf dat hij niet veel kan (al kan ie prachtig tekenen), hij weet niet wat ie worden wil. Hij volgt na het vmbo op aandringen van anderen een havo-opleiding op een school voor volwassenen, met de grootst mogelijke tegenzin en gedoemd te mislukken. De meeste van zijn vrienden, eigenlijk allemaal jongeren met een achterstand of uit een kansloze omgeving, willen graag snel rijk worden (wat anders?). Zijn vriendin Lindsey worstelt ondanks haar stoere gedrag met minderwaardigheidsgevoelens, maar begint uiteindelijk toch heel moedig aan een dansopleiding. De jaloerse Joshua maakt het uit met haar, en later weer aan, want bij Lindsey vindt hij troost. Zivan is een oude bekende van Joshua, eigenlijk misschien wel de eerste met wie hij wat had, maar ze is uitgehuwelijkt aan een neef in Irak, al komt ze later weer terug naar Nederland, mét een kind. Het is wonderlijk genoeg een kip die alle verhaalfiguren verzoenend bij elkaar brengt. Voor de kip, bedoeld als een speelkameraadje voor het kind van Zivan, moet een hok worden getimmerd en alle vrienden en relaties van Joshua leveren daarin uiteindelijk hun bijdrage. Het gaat om een spontaan idee van de tot dan toe zeer onzekere Joshua, die door dit project en de bijbehorende feestelijkheden tot zijn eigen verrassing weer volop nieuwe energie krijgt en daardoor het leven weer aan lijkt te kunnen.
We beleven de hele geschiedenis door de ogen van Joshua, die ons alles vertelt op een manier die te vergelijken is met het letterlijk tekenen van een zelfportret. Joshua gebruikt verschillende technieken, waarvan de basis het gebruik van eenvoudige zinnen is, met eenvoudige, alledaagse letters. Maar Joshua gebruikt soms ook heel kleine letters, voor de kleine gedachten tussendoor, of grotere, kapitalen, voor de woede, de verbijstering of het verdriet. En, heerlijk om te zien, Joshua strooit ook rijkelijk met zelfgemaakte tekeningen, die soms het beste uitdrukken wat hij bedoelt. En die in ieder geval zijn talent laten zien. Joshua is zeer openhartig en eerlijk. Hij laat, met als decor de coronaperikelen en andere eigentijdse wereldproblematiek, precies zien waar zijn – voor wat oudere pubers en jongvolwassenen herkenbare -, kleine en grote problemen zitten, vooral op het vlak van seks en jaloezie. Hij spaart zichzelf niet. Hij heeft vaak een hekel aan zichzelf, maar gelukkig is er het mooie slot dat bij Joshua en de meelevende lezer voor opluchting zorgt, en volop moed geeft om aan de toekomst te beginnen.
Neem een kip, Erna Sassen. Leopold
De originele en sprekende illustraties (de tekeningen van Joshua) in het boek zijn van Martijn van der Linden.

Laat een reactie achter