
“Oh, hallo. Ik weet het, het is best saai hierin zo een klein kamertje, als je het zo kunt noemen dan. De meeste kamers hebben immers enige vorm van muren zonder gaten en een deur die enkel in theorie op slot kan. Ach…”
De rat wurmde de rest van zijn nog niet volgroeide lijf door de tralies.
“Hmm, een baby rat? Ben je soms je moeder kwijt? Wat sneu… Maar, wellicht niet zieliger dan een fluitspeler die zich in een kleine cel bevind en tegen een rat zit te praten. Zal ik je anders een verhaal vertellen? Het mijn favoriete sprookje, of nee, mijn favoriete heldenverhaal! Mijn vader vertelde het altijd aan me toen ik jong was en -”
De kleine rat draait zijn kleine rattenkop uiterst naar rechts en maakt een schrijnend piepgeluid. Ondanks de nogal belemmerende omstandigheden was deze rat klaarblijkelijk een vorm van amusement (het effect hiervan wellicht werd versterkt door het eerste zicht van een vriendelijke dan wel niet louter vijandige entiteit in tenminste 14 weken, 3 dagen, en 11 uur).
Aurora grinnikte. “Juist ja, nou hier komt ie dan:
“Lang geleden was er eens een heuse heldin, wiens fluitspel ieder wezen tot haar trok. Van hert tot mus tot das, van mens tot muis tot wolvin.
Zelfs de ratten luisterden naar de noten uit het instrument en liepen gefixeerd door de melodie vooruit.
Want kijk, de kracht die zij bezat was reeds nog niet volgroeid. De potentie echter, dat was de buit.
De buit, voor wie, hoor ik je vragen. Nou, voor een kwade magiër met vuurrood haar! Diens hulp een zwendel bleek te zijn in dienst voor haar eigen duistere zaken. De schurk zette alles meedogenloos in scène.
Eerst maakte ze de vader van onze muzikant doodziek en droeg haar toen op wat hier volgt: mijn lieve Aurélie, ga naar Nhylema en verjaag de ratten daar, maar schroomt de burgemeester om te betalen, dan zal je ieders kinderen weghalen.
Onze Aurélie die stemde in, want welke keuze had ze anders? En ook, de kinderen zouden op een magisch eiland komen te wonen en zich elke avond amuseren als vrolijke draaiende dansers.
Maar ach, net als de heks haar vredevolle voorkomen bleek dit opnieuw gelogen. Geen zingen tot je niet meer kon, maar zwijgen als de stille zon. Niet dansen tot je om zou vallen, maar werken tot aan in de stallen.
De heks, die Vana, handelde immers niet in het waarmaken van kinderdromen, maar verdiende de kost door het verkopen van slaven. Ze was een handelaar van mensen, dag dromen.
Toch was er daar een puntje licht, een trouwe wolf die Crius heette en een jongen, Emeric, zonder zicht. Juist hij zag in onze heldin wat ogen ons niet tonen: een dapperheid, een betrokkenheid, een strijdlust niet eerder vernomen.
Vana werd verslagen, de kinderen gered, de legende van de Rattenvanger van Nhylema voor altijd in onze cultuur ingebed.”
Aurora zweeg en keek naar de rat. De rat zweeg en keek naar Aurora, voordat deze een wederom een piepend geluid maakte en de pootjes nam. Ditmaal verkoos hij een spleet in de muur die vermoedelijk naar een naastliggende cel leidde in plaats van de ruimte tussen de tralies die uitkeek op het gangenstelsel. De fluitspeler ging op haar knieën en boog zich voorover. Met één oog dichtgeknepen keek ze in de zwarte ruimte waartussen het diertje was verdwenen.
“Wat, niet spannend genoeg? Wil je dan dat ik het einde van het verhaal verklap soms, je precies vertel wat er met Aurélie is gebeurd? Want ik zeg het je nu, lieve ratjeroe, dat verkoopt niet. Bovendien, als ik het allemaal zou uitschrijven zou het minstens 200, of nee, wel 320 pagina’s tekst opleveren, hoor je me!”
Aurora kwam gedeeltelijk omhoog, totdat ze vanuit een gehurkte positie weer terug op de grond zakte. Haar oogleden voelden zwaar aan en sloten zich. En terwijl de Zandman steeds dichterbij kwam en zij zich bevond ergens tussen de waakzaamheid en de slaap in, hoorde ze een stem, steeds weer dezelfde stem. En de woorden klonken:
Ik plukte een handjevol rode en witte bloemen die ik ergens in het bos gevonden had. Waarschijnlijk was het slechts onkruid, maar ik vond ze mooi. Het was twee dagen geleden dat ik mijn vader had begraven en met de bloemen wilde ik zijn graf versieren. (p. 270-271)
Voor deze bespreking heb ik het boek Een melodie van wanhoop van Ilse Pol gelezen. Kort samengevat, dit is een verhaal waarin meerdere fantastische vertellingen aan bod komen in een nieuw jasje. De Kleine Zeemeermin, Peter Pan, en de Rattenvanger van Hamelen behoren hiertoe. Ook leek ik aspecten of motieven te herkennen die zich (abstract) voordoen in onder andere Rapunzel, Belle en Het Beest, De Klokkenluider van de Notre Dame, Doornroosje, en Mulan.
Thema’s en onderwerpen als ‘beoordeel een boek niet op zijn kaft’, ‘wolven in schaapskleren’, ‘innerlijke kracht’, ‘de wij versus zij-groep’ en ‘familiale en romantische liefdesrelaties’ komen bijvoorbeeld naar voren. Het is uiterst geschikt voor een themaweek over hervertellingen van sprookjes of een klassikale bespreking over de wat zwaardere inhoud, waaronder ‘de dood’, ‘bitterzoete eindes’, en ‘emotionele manipulatie’. Ik vind dat Pol er goed in geslaagd is deze thema’s op een respectvolle manier aan te kaarten, zonder de leesgraad te vermoeilijken. Sommige van deze motieven zijn eerder onderbelicht te noemen dan uitermate gedetailleerd, maar de ernst van de zaak zogezegd is passend uitgeschreven (of niet) naar de context van de passage/het hoofdstuk/de rol die het onderwerp heeft in het overkoepelende verhaal.
Het is aanrader voor alle leerlingen die houden van (dag)dromen en hun favoriete sprookjes nog steeds diep in hun hart koesteren. Dit geldt ook voor hen die zich normaliter niet zo aangetrokken voelen tot boeken die per definitie worden aangeduid als fantasy/fantasie, aangezien dit voor mij het geval was. Deze hedendaagse vertelling heeft me dan werkelijk positief verrast.

Laat een reactie achter