• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
Neerlandistiek. Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Neerlandistiek

Online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek

  • Over Neerlandistiek
  • Contact
  • Homepage
  • Categorie
    • Neerlandistiek voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal

etymologie

Rediscovery of heathen temples in the Netherlands; the case of Old Dutch ‘harag’

19 februari 2017 door Marc van Oostendorp 2 Reacties

By Peter Alexander Kerkhof Etymologies live long lives, whether they turn out to be false or not. In Old Germanic studies it is common practice to cite earlier etymological suggestions going back as far as the nineteenth century. In most cases where Old Germanic etymology is involved, this is not a big problem because a lot of the earlier scholarship has been replaced by … [Lees meer...] overRediscovery of heathen temples in the Netherlands; the case of Old Dutch ‘harag’

Etymologie: zigzag

16 februari 2017 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Michiel de Vaan zigzag bw. zn. ‘schuin heen en weer; geknikte lijn’ Nnl. zn. ziegezage, mv. -n (1716, Oprechte Haerlemsche Courant), zigezag, mv. zigezagen (1732, Leydse Courant), ziguezagues mv. (1734), sic-sac (1749), ziczac (1767), zigzag (1844), zikzak (1861). Eerst ‘hoekige en schuin lopende loopgraaf’ bij belegeringen, allereerst bij het beleg van … [Lees meer...] overEtymologie: zigzag

Etymologie: tondel

26 januari 2017 door Redactie Neerlandistiek 1 Reactie

tondel zn. ‘licht ontvlambare stof’ Middelnederlands tunder ‘stof om vuur mee te slaan’ (1477), Nnl. tonder o. ‘licht ontvlambaar materiaal, zoals dorre bladeren, niet geheel verkoold linnen of katoen, gedroogde zwammen’ (1617; na de 19e eeuw niet meer gebruikelijk), tondel (1705), tontel o. (1692), tuntel (1743); verder tondeldoos (1686), tonteldoos (1681). Met de klinker i … [Lees meer...] overEtymologie: tondel

Etymologie: spartelen

19 januari 2017 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Michiel de Vaan spartelen ww. ‘met armen en benen heen en weer slaan’ Middelnederlands spartelen (Limburg, 1240), spertelen (Vlaanderen, 1351), spertelen (Nederrijn, 1477), spardelen (Holland, 1477), sportelen (Holl., NO-Nl. 1458), spordelen (1480, Holl.), sporteren (1340-1360). Nieuwnl. spertelen (1528), spartelen (1569), zelden spaertelen (1569), sportelen (ca. 1590) … [Lees meer...] overEtymologie: spartelen

Straatmadrein

18 januari 2017 door Jan Stroop Reageer

Door Jan Stroop Op 3 januari heb ik op de Facebookpagina Kring Surinaams-Nederlands dit bericht geplaatst: “In de Surinaamse kringen waar ik in verkeer gebruikt men de benaming 'straatmandarijn' voor iemand die maar op straat rondhangt in plaats van rustig thuis te zijn. Is dat woord algemener bekend?” Daar kwamen nogal wat reacties op die allemaal te vinden zijn op genoemde … [Lees meer...] overStraatmadrein

Etymologie: vermeien

12 januari 2017 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Michiel de Vaan vermeien ‘ontspannen, vermaken’ Vroegmiddelnederlands meien ‘zich vermaken’ (in de Wrake van Ragisel, 1260–1280: doe houen si  / die magt die cush was ende vri / op des selues ridders part / die dar doet geslegen wart / die met hare was meien comen). Mnl. meyen ‘zich vermaken’ (Dat ic daer wilde gaen meyen op die riviere in der valeyen, 1301–1325), hem … [Lees meer...] overEtymologie: vermeien

Etymologie: spie

5 januari 2017 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Michiel de Vaan spie zn. ‘pin, wig’ Nieuwnederlands spie, spije (1562), spye (1657), spij (1697) ‘pin, nagel, bout, kleine wig; wigvormig stuk grond’. Dialectisch spie (Limburg, Brabant, Oost-Vlaanderen), spieë (West-Vlaanderen, Zeeland), speej (Schaijk), spiy (Ravenstein). De varianten in Limburg wijzen op lange *ī. … [Lees meer...] overEtymologie: spie

Etymologie: lijfkoek

22 december 2016 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Michiel de Vaan lijfkoek zn. ‘kruidkoek, peperkoek’ Middelnederlands lijfcouck ‘zoete koek’ (1360, Gent), nog iets eerder is ‘lijfkoekbakker’ aangetroffen in de namen Simonis Lijfcoecbakers (genitief, 1281) en Gosyn Lyfcoecbakere (1302, Brugge). Nieuwnederlands liefcoecken ‘koek van honing, kruiden en meel’ (1514, Brussel), lijfcoucke ‘pain d’épice’ (1562, Lambrecht), … [Lees meer...] overEtymologie: lijfkoek

Etymologie: kwijten

15 december 2016 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Michiel de Vaan kwijten ww. ‘afhandelen’ Vmnl. quiten ‘vrijlaten, vrijwaren, afkopen’, hem quiten ‘zich vrijpleiten, zich kwijten van’ (1237). Meestal zwak maar ook eenmaal sterk (dat mise af quete ‘dat men ze af zou kwijten’, 1248–1271). Ook diverse afleidingen, zoals avequiten, quitenesse en quitinge. Vanaf de zestiende eeuw worden verleden tijd en voltooid deelwoord … [Lees meer...] overEtymologie: kwijten

Etymologie: kiezel

8 december 2016 door Redactie Neerlandistiek 3 Reacties

Door Michiel de Vaan kiezel zn. ‘grind; kiezelsteentje’ Vroegmiddelnederlands kesel, mv. kesele ‘kiezelsteen’, keselkin ‘kiezelsteentje’, keselstene ‘kiezelstenen’ (1287; WVla.), keyselen ‘kiezels’ (1420, Vlaanderen). Met -ing-: kieselinghe steyne ‘kiezelstenen’ (ca. 1470, ZO-Nl.), kieselinghe (1475, ZO-Nl.), keselincktonnen ‘tonnen voor het bergen van kiezelstenen’ … [Lees meer...] overEtymologie: kiezel

Etymologie: haar

1 december 2016 door Redactie Neerlandistiek 1 Reactie

Door Michiel de Vaan haar bn. ‘scherp’, dial. ‘droog, schraal’; zn. ‘snede van een zeis’ haren ww. ‘scherp maken’ Mnl. haren ‘scherpen’ (1343-1346), Nnl. aanharen (1811), haren ‘scherpen, uitkloppen van de snede van de zeis’ (1869). In overdrachtelijke zin Mnl. haeren ‘guur weer zijn’ (ca. 1410), Nnl. haeren ‘verdorrend of verzengend waaien’ (1588), verhaeren ‘door kou of … [Lees meer...] overEtymologie: haar

Buts / bluts

23 november 2016 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Verwarwoordenboek Vervolg (6) Door Jan Renkema In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek. Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld … [Lees meer...] overButs / bluts

Etymologie: zwendel

17 november 2016 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Michiel de Vaan zwendel zn. ‘bedrog, oplichterij’ zwindelen ww. ‘duizelig zijn’ Vroegmiddelnederlands swindelen (1240), zwyndelen (1480) ‘duizelig zijn’, swindelinge (1240), swendelinge (1351) ‘duizeligheid’, versundeld ‘duizelig’ (ca. 1340), Nieuwnl. zwindelen ‘duizelen’ (1582), ook ‘twijfelen, kibbelen; ronddraaien; kriskrassen, dwarrelen’, Nnl. swindelgeest (1580), … [Lees meer...] overEtymologie: zwendel

Etymologie: velen

10 november 2016 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Michiel de Vaan velen ww. ‘verdragen, uitstaan’ Mnl. velen ‘verdragen’ (ca. 1440). Nnl. velen, veelen ‘verdragen, uitstaan, verkroppen’ (vanaf 1613). Het komt bijna altijd in de infinitief velen voor, tegenwoordig bovendien bij voorkeur met een ontkenning (ik kan het niet velen dat/als). Opvallend is het ontbreken van het woord in literatuur uit de 16e eeuw, wat … [Lees meer...] overEtymologie: velen

Etymologie: pissebed

3 november 2016 door Redactie Neerlandistiek 4 Reacties

Door Michiel de Vaan pissebed zn. ‘bedwateraar; insect; paardenbloem’ Vroennieuwnl. pissebedde (1555), pissebet (1617) ‘bedwateraar’; pissebedde (1567), pisbedde, pisbloeme ‘paardenbloem; insect’ (1599). Enkele typische Vnnl. uitdrukkingen zijn: ‘zien als een pisbed’, dat is ‘beschaamd kijken’: Laet elc water in zijnen wijn doen, laet elc pissebedde up zijnen nuese zien … [Lees meer...] overEtymologie: pissebed

Etymologie: kruisbes

27 oktober 2016 door Redactie Neerlandistiek 2 Reacties

Door Michiel de Vaan kruisbes zn. ‘ribes uva-crispa’ Vroegmiddelnederlands croselbusg ‘doornstruik, ramnus’ (1240, Limburg), croesel haghe ‘haag van doornstruiken’ (1281, Limburg), Mnl. crosle (1300-1400), crocel (ca. 1440) ‘doornstruik’, stekebeyeren (1350-1400), krakebesiën ‘kruisbessen’ (1407-08); Vnnl. cnoessele ‘kruisbes’, cnoesselboom (1552), knoeselen ‘kruisbessen’ … [Lees meer...] overEtymologie: kruisbes

Etymologie: vervelen

20 oktober 2016 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Michiel de Vaan vervelen ww. ‘teveel zijn’ Middelnederlands vervelen ‘vermenigvuldigen; lastig, onaangenaam zijn’ (verveilde ‘stoorde, was onaangenaam’ ca. 1350, vervelen ‘vermenigvuldigen’ ca. 1465), Vroegnieuwnl. vervelen ‘meer worden; doen vermeerderen’ (tot ca. 1700), ‘genoeg krijgen van; vermoeien, teveel zijn; tot last zijn, hinderen; door eentonigheid … [Lees meer...] overEtymologie: vervelen

Etymologie: unster

13 oktober 2016 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Michiel de Vaan unster zn. ‘weegtoestel, handweegschaal’ Vroegmiddelnederlands einser (Brugge, 1281/82) ‘unster’ (hier als synoniem voor ponder), enser makra ‘unstermaker’ (1281; vgl. ook pondelmakere); Nnl. uuser (1566), unster (1588), uyster (1581), onser (1639), enster (1573); uussel (1562), huysel (1582), onsel (1616), eussel (1573), enssel (1640), einsel (1640), … [Lees meer...] overEtymologie: unster

Etymologie: tweern, twijn

6 oktober 2016 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Michiel de Vaan tweern zn. ‘gedubbeld garen’ twijn zn. ‘gedubbeld garen’ Middelnederlands twern (1477), twaern (1491–1500), Nnl. twern (1566), tweern (1588). Werkwoord: Mnl. twaernen ‘garen dubbelen’ (1423), tweerenen (ca. 1400), Nnl. tweernen (1526), twernen. Vroegmiddelnl. twijn m. (1286, Dordrecht: van roeden tuine ‘van rode twijn’, een half pont wijt tuijns … [Lees meer...] overEtymologie: tweern, twijn

Etymologie: toorn

29 september 2016 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Michiel de Vaan toorn zn. ‘woede’ Vroegmiddelnederlands torn (1200), toren (1240) ‘woede, heftige opwinding; verdriet, ellende’, Vroegnieuwnl. toren ‘hevige woede; verdriet’ (ca. 1516), na 1600 meestal in de spelling toorn. De betekenis ‘verdriet’ verdwijnt na de 17e eeuw maar komt nog in enkele dialecten voor: Zeeuws torn ‘tegenslag, klap’, Antwerps toorn, toren … [Lees meer...] overEtymologie: toorn

Chipolata-kasteeltje

28 september 2016 door Marc van Oostendorp 4 Reacties

Door Marc van Oostendorp Ik wilde Roberta onlangs eens verwennen met iets dat ik bij Albert Heijn had gekocht, maar in plaats van verrukt in handen klappen werden mij skepsis en spot ten deel. Wat had ik namelijk op haar ontbijtbordje gelegd? Een chipolata-kasteeltje! Wie eet er nu cipollata als ontbijt! … [Lees meer...] overChipolata-kasteeltje

Etymologie: hader

22 september 2016 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Michiel de Vaan hader zn. ‘twist’ Vroegnieuwnl. hader ‘twist’ m. (1546), haer (1588). Het woord verdwijnt in de zeventiende eeuw weer snel uit de taal, mogelijk vanwege homonymie met de verschillende andere woorden haar. Afleidingen: haderich ‘twistziek’ (1573), haderen, haeren (1588), hadderen (ca. 1620) ‘twisten’, haderman, haerman (1573) ‘onruststoker’.  Verwante … [Lees meer...] overEtymologie: hader

Etymologie: stern

15 september 2016 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Michiel de Vaan stern zn. ‘zeezwaluw, sternida’ Nnl. starmeeutje (1714), starre (1860), sterre-meeuw (1622 [non inveni]). Dial. starreling, stikstar (Noord-Holland), steern (Groningen). De term stern wordt pas sinds 1900 in de schrijftaal als Nederlandse benaming gebruikt. Hij is ontleend aan wetenschappelijk Latijn sterna, dat door Linnaeus in 1758 (Systema Naturae, … [Lees meer...] overEtymologie: stern

Etymologie: zier

8 september 2016 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Michiel de Vaan zier zn. ‘kleinigheid’ Mnl. sieren ‘mijten’ mv. (1287, West-Vlaanderen), zieren (1401–1450); ziere ‘kleinigheid’, bijv. in Daer ne sal niet ane gebreken alse groot alse ene ziere ‘daar zal niets aan ontbreken, zelfs niet zo klein als een mijt’ (van Velthem, Spiegel Historiaal). Nnl. ziere (1528), siere (1538) ‘mijt, luis’, bijv. om de luysen ende … [Lees meer...] overEtymologie: zier

Etymologie: hauw

1 september 2016 door Redactie Neerlandistiek Reageer

Door Michiel de Vaan hauw zn. ‘type vrucht’ Vroegmiddelnederlands awe ‘zaadhuisje’ (van de nardus) (1287), Nnl. hawkens (1543), haeuwe (1559), hauwe (1573), ook gespeld als houwe (1599), haeuwe (1608), hauw (1668), haauw (1686) ‘zaadhuisje, peul, huls’. Dialectisch nog houw, verkleinwoord mv. hâwkes, in Antwerpen, Noord-Brabant en Belgisch Limburg. Verwante vorm: … [Lees meer...] overEtymologie: hauw

« Vorige
Volgende »

Primaire Sidebar

Gedicht van de dag

Luuk Gruwez • Opstanding

Paasochtend. Je ligt nog na te soezen op een voorjaarsmatras.
Niet te vatten dat een heiland het op een zucht van Golgotha,
kort na zijn verscheiden, wonderwel voor mekaar
heeft gekregen zo goed als kerngezond te verrijzen.

➔ Lees meer

Bekijk alle gedichten

  • Facebook
  • YouTube

Agenda

10 april 2026: Rick Honings over Nicolaas Beets

10 april 2026: Rick Honings over Nicolaas Beets

6 april 2026

➔ Lees meer
8 mei 2026: Symposium ‘Onsterfelijke dood’

8 mei 2026: Symposium ‘Onsterfelijke dood’

6 april 2026

➔ Lees meer
24 april 2026: Publiekslezing Voorspellen met boeken 

24 april 2026: Publiekslezing Voorspellen met boeken 

5 april 2026

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle agendapunten

Neerlandici vandaag

geboortedag
1946 Hanneke Eggels
sterfdag
1932 Cor van Bree
1941 Derk Hesseling
1990 Cor Kruyskamp
2021 Pieter Muysken
➔ Neerlandicikalender

Media

In gesprek met auteur Virginie Platteau

In gesprek met auteur Virginie Platteau

6 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
In gesprek met auteur/columniste Heleen Debruyne

In gesprek met auteur/columniste Heleen Debruyne

5 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
Worstelen (De eeuwige jachtvelden, Nanne Tepper)

Worstelen (De eeuwige jachtvelden, Nanne Tepper)

4 april 2026 Door Redactie Neerlandistiek Reageer

➔ Lees meer
➔ Bekijk alle video’s en podcasts

Footer

Elektronisch tijdschrift voor de Nederlandse taal en cultuur sinds 1992.

ISSN 0929-6514
Bijdragen zijn welkom op
redactie@neerlandistiek.nl
  • Homepage
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Over Neerlandistiek
  • De archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy­verklaring
  • Contact
  • Facebook
  • YouTube

Inschrijven voor de Dagpost

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

Copyright © 2026 · Magazine Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Homepage
  • Categorie
    • Voor de klas
    • Vertelcultuur
    • Naamkunde
  • Archief
    • 10 jaar taalcanon
    • 100 jaar Willem Frederik Hermans
  • E-books
  • Neerlandistische weblogs
  • Jong Neerlandistiek
  • Frisistyk
  • Mondiaal Neerlandistiek
  • Over Neerlandistiek
  • Contact