Een reportage over een halfjaarlijkse boekenmarkt
Er zijn van die plekken die je voor je eigen bestwil maar beter kunt omzeilen. Een kind, bijvoorbeeld, moet je niet in een snoepwinkel achterlaten, een seksverslaafde kan maar beter de Wallen ontwijken en een alumnus van de straatacademie doet er goed aan het Oosterpark te vermijden. De aantrekkingskracht is groot, maar je blijft met kleverige handen en een vies gevoel achter.
Voor mij is de Scheppingskerk in Leiderdorp zo’n plek.
Ieder half jaar vindt daar een boekenmarkt plaats, waarvan de opbrengst naar het goede doel gaat. Iedere keer weer pakken de protestanten het groots aan: tientallen meters volle dozen, vrijwilligers in groene shirtjes en sinds kort ook een pinapparaatje. Voor €2,50 is het uitstapje compleet met koffie, thee of fris naar keuze.
Besmuikte opgewektheid
Ik moet zeggen: het aanbod valt niet tegen. Tussen de Toonders en Komrijs liggen klassieke verzamelde werken en canonieke literatuurwetenschappelijke boeken, ook nog eens in goede staat. De Scheppingskerk probeert mee te doen met de grote boekenmarktspelers, en lijkt daar in te slagen.
Het is daardoor iedere keer weer druk, zo ook vorige week. Ik kwam een half uur na de opening aanfietsen en moest minutenlang in de rij staan, terwijl ik middelbare echtparen met volgestouwde bigshoppers van de Wibra of Digros naar buiten zag lopen. Voor het eerst in lange tijd voelde ik weer eens FOMO: ik had eerder moeten zijn, dacht ik, het goede spul is al weggekaapt.

Eenmaal binnen werd ik overvallen door een geur die nog het beste te omschrijven valt als die van een antiquariaat waar een vergeten muizenlijkje tussen de boeken ligt weg te rotten. De sfeer was als op een begrafenis waar iedereen het erover eens is dat de overledene toch maar een mooi leven had geleid. Er hing een soort besmuikte opgewektheid.
EO-kindjes
Doordat er ook puzzels werden verkocht, was de boekenmarkt een gezinsactiviteit geworden: overal waar ik keek liepen Beatrice de Graafjes. De ene helft van de kinderen leefde zich uit bij de puzzels, de andere zat op een stoel met een blik die verraadde dat ze voor het eerst geconfronteerd werden met de eindigheid van het leven.
Want de gemiddelde leeftijd was hoog, uiteraard: de hedendaagse lezer is nu eenmaal oud. Rollators versperden de toch al nauwe paden, bejaarde mannen betastten ieder boek dat ze tegenkwamen. De vrouwen likten aan hun vingers voor ze door het boek bladerden.
Ik probeerde de kaften te lezen, maar de oudjes waren me bij iedere tafel voor en bleven daar ook staan. Sommigen probeerden de lettertjes te lezen, anderen flirtten met iemand aan de overkant van de boeken. Er werden handen gekust, ik rook de hormonen; het is tenslotte lente.
Verderop stond een moeder met twee schuchtere EO-kindjes. Ze had een boek vast, en liet het aan haar man zien. ‘Deze heb ik nog niet,’ zei ze in de hoop op een beetje erkenning. ‘Oh leuk,’ zei hij kortaf, en waggelde snel weer verder. Toen ze haar arm liet zakken, kon ik zien welk boek nog aan haar bibliotheek ontbrak: Het kan echt anders van Henri Bontenbal.
Schamen
Bij een van de laatste dozen die ik nog dacht door te moeten ploegen stond een vrouw met een opengeklapt notitieboekje. Boven een handgeschreven lijstje stond De zeven zussen. Op de lijst: alle boeken uit de reeks – de helft was afgevinkt. Ze vertrok met drie boeken onder haar arm.
Uiteindelijk liep ik met De eenzaamheid van priemgetallen en het verzameld werk van Maria Dermoût naar een groen shirtje. ‘Drie euro,’ zei ze, me doorverwijzend naar pinmeester Joop.
Nadat ik betaald had, liep ik naar de uitgang, waar ik werd ingehaald door een vrouw met een stapel Kluuns. ‘Veel leesplezier!’ wenste de deurwacht annex uitsmijter haar toe. In de loop keek ze om, rood aangelopen, en reageerde: ‘Deze zijn voor mijn moeder!’ Ik dacht altijd dat de kerk een plek is waar je je nergens voor hoeft te schamen en waar liegen uit den boze is, maar blijkbaar dacht ik dat verkeerd.
Dit stuk verscheen eerder op de substack van de Twintigers.

Laat een reactie achter