Hoe taal kan gelden als troef tegen klimaatverandering
De wereld staat in brand, de aarde overstroomt, en de natuur droogt uit. Of eigenlijk is het vooral de mens die de gevolgen daarvan ondervindt: de wereld verandert alleen. Maar is de mens niet onderdeel van de wereld en de natuur? Voor de impact van de boodschap maakt het veel uit hoe je de zaken verwoordt. Taal beïnvloedt ons denken, en andersom, en heeft daarmee ook invloed op ons gedrag. Het speelt daarom een grote rol bij ontwikkelingen in de maatschappij en dus ook bij het omgaan met een van de grootste wereldwijde uitdagingen van dit moment: klimaatverandering. Want als taal ons denken en gedrag kan beïnvloeden, kan het dan ook gelden als keerpunt in de klimaatcrisis?
Klimaatverandering
De complexiteit van het fenomeen klimaatverandering maakt dat taal hierbij van groot belang is. Niet alleen gaat het over een geologisch verschijnsel, maar ook politieke, sociale, culturele en ethische factoren spelen een rol. Daarnaast bestaan er veel verschillende visies op en belangen bij het onderwerp klimaatverandering. Taal is waarschijnlijk de reden dat we überhaupt beseffen dat het klimaat verandert: als iemand ons er niet over had verteld of er iets over had geschreven, waren we ons er misschien helemaal niet van bewust geweest. Dat maakt de keuze voor bepaald taalgebruik van groot belang.
Meer klimaat in onze taal
De rol van klimaat in ons taalgebruik is flink veranderd in de afgelopen decennia. In de vorige eeuw ging het vaker over wat goed en minder goed was voor ‘het milieu’: onze hele leefomgeving. Daarbij gaat het niet alleen over opwarming, maar ook over bijvoorbeeld lucht-, water- en lichtvervuiling. Tegenwoordig gaat het meer over ‘het klimaat’: het gemiddelde weer van de afgelopen dertig jaar. Dat gaat dus over stijgende temperaturen en steeds vaker opspelende natuurrampen. Het woord ‘klimaatverandering’ stond voor het eerst in het woordenboek in 1950, wat aanduidt dat er sinds halverwege vorige eeuw serieus aandacht is voor dit onderwerp, maar pas sinds 2005 is het aantal samenstellingen met ‘klimaat-‘ flink gestegen. Een groot deel van deze woorden is verzameld in de Klimaatwoordenlijst van de Taalbank en het ‘Groene Woordenboekje’ van het Instituut voor de Nederlandse taal.
Huidig klimaatdiscours
Dat er in de afgelopen decennia meer aandacht voor het klimaat is gekomen blijkt ook uit de wetenschap. Sinds de jaren ’90 is namelijk het onderzoeksgebied ‘ecolinguïstiek’ ontstaan, een combinatie van ecologie en taalwetenschap. Volgens Arran Stibbe, ecolinguïst en auteur van het boek Ecolinguistics: language, ecology and the stories we live by (2020), vormt taal ons beeld van de wereld en is het belangrijk dat we aandacht besteden aan hoe verhalen verteld worden. Volgens hem is gebleken dat het verhaal van huidige machthebbers en kapitalisten destructief werkt voor de wereld, waardoor we op zoek moeten naar nieuwe verhalen die onze manier van leven vormgeven. Niet alleen is het daarbij interessant om te kijken naar hoe we klimaatverandering het beste kunnen omschrijven, maar ook naar hoe het klimaatontkenners lukt om op een overtuigende manier het bestaande bewijs te ontkrachten door middel van hun taalgebruik. Voorbeelden van denkbeelden die we onbewust opgelegd krijgen in onze cultuur en door de media zijn dat warm weer altijd positief is en dat groei en welvaart noodzakelijk zijn, maar het is maar de vraag of dat klopt (nee dus). Om verandering teweeg te brengen moeten we de onderliggende concepten waar we ons gedrag op baseren in twijfel trekken, en taal biedt daartoe de sleutel.
In het huidige westerse discours wordt de mens vaak tegenover de natuur geplaatst, in plaats van er onderdeel van te zijn. Als we ons wel deel van de natuur voelen, in plaats van erbuiten te staan, heeft dat invloed op ons gedrag. De Potawatomi-stam (inheems Amerikaans) verwijst in haar taal naar de natuur als een vorm van zijn, in plaats van als iets niet-menselijks, zoals wij dat doen. Hierdoor wordt een heel ander verhaal verteld over de relatie tussen mens en natuur dan hoe wij die kennen, waardoor de (niet-menselijke) natuur ook met meer respect wordt behandeld.
Framing in het klimaatdebat
Uit onderzoek blijkt dat mensen die praten over klimaatverandering het vaak hebben over ‘wij’ en ‘zij’, waarbij de ene groep tegenover de andere wordt geplaatst. Zo zijn woorden als ‘vliegschaamte’ volgens taalkundige Vivien Waszink ontstaan om anderen aan te spreken op milieuonvriendelijk gedrag, en wordt ‘klimaatverandering’ nu vaak vervangen door ‘klimaatcrisis’ of ‘klimaatramp’ om de ernst van het probleem te benadrukken. Aan de andere kant worden klimaatactivisten soms afgeschilderd als ‘klimaatgekkies’, of ‘zuur links’, om het probleem te bagatelliseren. Taal kan dus polarisatie in de hand werken, terwijl het ook juist een spiegel is van de polariserende maatschappij.
Framing kan ook het doel voorbijschieten. Zo wordt klimaatverandering weleens vergeleken met een tikkende tijdbom, terwijl dat kan suggereren dat actie tegen de crisis zinloos is. Er worden daarnaast veel abstracte begrippen gebruikt in het klimaatdebat, waardoor mensen zich machteloos kunnen voelen. De term ‘duurzaam’ betekende oorspronkelijk ‘lang aanhoudend’, maar wordt sinds de 21e eeuw voornamelijk als ‘milieuvriendelijk’ gebruikt. Het woord wordt tegenwoordig zo breed ingezet, dat het volgens sommigen een holle term is geworden en ten prooi ligt aan greenwashing door grote bedrijven. Dit geldt hetzelfde voor het woord ‘groen’, om aan te geven dat iets goed is voor het milieu. Denk hierbij aan het ‘ministerie voor Klimaat en Groene Groei’, want is groei ooit echt milieuvriendelijk?
De superkracht van taal
Taal speelt dus een grote rol in hoe we over klimaatverandering denken, praten en handelen. Door aandacht te besteden aan hoe we over het probleem praten en kritisch te zijn op hoe anderen erover communiceren, kunnen we verandering teweegbrengen. Je kunt mensen niet opleggen om op een bepaalde manier te praten of denken, maar taal kan wel bewustwording creëren. Het is daarom van groot belang dat deze kracht van taal wordt ingezet en dat er meer aandacht komt voor de rol van taalgebruik in het klimaatdebat. Want wie weet kan taal dan gelden als dé troef tegen klimaatverandering.

Laat een reactie achter